Objectivering handicap

1. Inleiding

De objectivering van de handicap gebeurt in Module A van het multidisciplinair verslag. Deze module moet worden ingediend door het MDT wanneer de persoon die ondersteuning aanvraagt nog niet erkend is door het VAPH als een persoon met handicap of wanneer er sprake is van een bijkomende, nieuwe problematiek. Deze module wordt vervolgens bezorgd aan de Provinciale Evaluatiecommissie (PEC) die zal oordelen over de erkenning van de handicap. Het is daarom ook van cruciaal belang dat deze module correct en volledig wordt ingevuld. Meer informatie over deze procedure vind je in de procedurele module onder het luik Provinciale Evaluatiecommissie.

 Onderscheid tussen Module A en Module D:
  • Module A: beschrijving en objectivering van de handicap en de stoornissen
  • Module D: adviesrapport, met vaststelling van de ondersteuningsbehoeftes (in kader van IMB) – objectivering van de ondersteuningsnood en indicering (hulpmiddelen, woningaanpassingen, enz). 

In deze rubriek 'objectivering handicap' kan je via onderstaande linken meer informatie vinden over:

2. Algemeen beeld

 Schets in één à twee alinea’s een beeld van de cliënt en zijn situatie. Beschrijf in deze schets wie de betrokkene is, wat het probleem is, hoe zwaar het probleem doorweegt en wat een mogelijke oplossing zou kunnen zijn. Een meer gedetailleerde uitwerking van de beperkingen en mogelijkheden op verschillende functiedomeinen moet beschreven worden in Module D.

  Werk alle stoornissen, die een impact hebben op het functioneren van de persoon, volledig uit in het tekstveld ‘stoornis’. Stoornissen die niet relevant zijn voor de huidige vraag, maar wel een grote impact hebben op het functioneren moeten ook volledig uitgewerkt worden. Dit is belangrijk in het kader van latere aanvragen.

Bijvoorbeeld:
  • Persoon vraagt omwille van motorische beperkingen en een verstoorde verplaatsingsfunctie een hulpmiddel aan. Hij is bovendien getroffen door een majeure depressie. Hoewel deze stoornis niet rechtstreeks verband houdt met het gevraagde hulpmiddel, moet deze stoornis wel worden uitgewerkt in dit luik. De depressie kan namelijk (on)rechtstreeks een impact hebben op het functioneren van de persoon.
  • Persoon is al door het VAPH erkend omwille van visus en heeft nu een motorische stoornis van de onderste ledematen. Ook in dit geval dient de visus vermeld en uitgewerkt te worden, gezien het een impact heeft op het functioneren.

3. Stoornissen

3.1. Stoorniscodes 

Hier moet het MDT de stoorniscodes aanduiden die voor de cliënt van toepassing zijn. Afhankelijk van de aangeduide stoorniscode zal er een specifiek of algemeen objectiveringsluik zichtbaar worden. 

Bijvoorbeeld:  

  • F84: Autismespectrumstoornissen: Bij het aanvinken van deze stoorniscode zal het luik 'ASS' automatisch openspringen. In dit luik worden vragen gesteld over de vereiste disciplines die de diagnose vaststelden, alsook de datum waarop de diagnosestelling gebeurde. Er is steeds een vrij tekstveld voorzien om bijkomende informatie te geven. 
  • M480: Spinaalstenose: Hierbij zal het luik 'algemeen - objectivering' automatisch openspringen. In dit luik wordt verwezen naar de aangeduide stoorniscode en moet het MDT zorgen voor de nodige medische objectivering (naam, discipline(s) en datum van de testing, medische verslaggeving).
Dit luik dient volledig ingevuld te worden De inhoud uit medische verslagen dient niet letterlijk en volledig gekopieerd te worden. De meest relevante informatie wordt best beknopt samenvattend weergegeven.

3.2. Diagnosestelling

✎ Vervolgens wordt de datum diagnosestelling bevraagd. Hierbij worden volgende richtlijnen geformuleerd: 
  • Vermeld steeds de datum van de eerste diagnosestelling.
  • Indien de datum van de eerste diagnosestelling niet gekend is, kan de datum van het meest recente medische verslag vermeld worden waarin deze diagnosestelling wordt gestaafd. In deze gevallen moet er in het vrij tekstveld vermeld worden sinds wanneer de betrokkene deze stoornis heeft.
  • Vermeld bij een ingreep steeds de datum van deze ingreep en niet de datum van het medisch verslag na de ingreep. Het vermelden van een recentere datum kan immers leiden tot de verkeerde veronderstelling dat de minimale revalidatieperiode van 6 maanden nog niet verstreken is. 
  • Indien er ergens in het MDV een datum wordt opgegeven is het belangrijk om te vermelden over welke datum het precies gaat bv.: datum diagnosestelling, datum van de ingreep, medisch verslag na ingreep of na revalidatie, enz.

3.2. Beschrijving van de behandeling

✎ Na de objectivering van de stoorniscodes is er ruimte voorzien voor een beschrijving van de behandeling. Dit onderdeel heeft betrekking op de reeds gevolgde behandelingen, de behandelingen die nog lopende zijn en de mate waarin er mogelijks nog behandelingen ondernomen kunnen worden. Voor de beoordeling van twijfeldossiers is het belangrijk de behandelgegevens zo volledig mogelijk te vermelden.

3.3. Prognose

✎ Vermeld in het tekstveld ‘prognose’ duidelijk wat de verwachtingen zijn zowel op korte als op lange termijn. Als het moeilijk is om deze inschatting te maken, vermeld dit dan letterlijk. Wanneer er een medisch verslag na ingreep beschikbaar is, kan dit ook hier vermeld worden gezien dit mogelijks een indicatie geeft over eventuele restletsels.

✎ Bij personen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is het van belang om in dit tekstveld informatie over de revalidatie te vermelden. Bij personen die in een palliatieve situatie verkeren moet het MDT ook aangeven of er al stappen werden ondernomen.


4. Aard van de handicap

Daaropvolgend wordt gevraagd de handicapcodes en eventuele modaliteiten aan te duiden die overeenkomen met het functioneren van de persoon. Hier is het ook belangrijk dat de modaliteiten correct worden ingevuld, gezien deze ook worden toegevoegd aan de checklist prioritering. 

5. Opleiding en tewerkstelling

Vul steeds de schoolloopbaan en tewerkstelling in. Dit biedt namelijk relevante informatie omtrent het functioneren.

6. Motorische beperkingen

Hier worden de motorische beperkingen specifiek bevraagd. 

7. Bijlagen

Tot slot is het ook belangrijk om de nodige bijlagen toe te voegen.
✎  Voeg medische verslagen enkel toe in een aantal specifieke situaties (vb. audiogram, attest oogonderzoek). De belangrijkste informatie uit deze verslagen moet immers (ook) verwerkt worden in de tekstvelden van module A. Het is steeds noodzakelijk om volgende medische attesten toe te voegen als bijlage:
  • auditieve handicap: audiogram
  • visuele handicap: gezichtsveldonderzoek bij gezichtsvelddefecten.

8. Conclusie

Tot slot moet de conclusie van het MDT worden toegevoegd.
✎  Vermeld of er sprake is van een handicap met concrete toetsing aan de verschillende aspecten in de definitie van handicap (ernst, langdurigheid, maatschappelijke participatie). Zowel de noodzaak aan hulpmiddelen (functiebeperkingen en interventieniveaus) als de motivering van de specifieke hulpmiddelen dient in de conclusie niet verantwoord te worden. Dit dient opgenomen te worden in het globaal beeld van Module D.

  Geef duidelijk en expliciet aan wat de mening van het MDT is, ook indien er geen sprake is van een handicap. Een richtinggevende vraag hierbij kan zijn: "Waarom gaat het volgens jullie, als MDT zijnde, om een ernstig en blijvend probleem met duidelijke beperkingen in de maatschappelijke participatie?". 




Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar indicatiestelling@vaph.be

Heb je praktische en technische vragen met betrekking tot Helios? 
Mail naar helioshelpdesk@vaph.be

Wens je meer informatie over de applicatie Helios? 


Comments