Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD)

1.  Wat is COPD

COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease of Chronisch Obstructief Longlijden en is een verzamelnaam voor chronische longziekten (chronische bronchitis en emfyseem) met als gemeenschappelijk kenmerk een over de jaren toenemende, grotendeels onomkeerbare beperking, van de luchtstroom ter hoogte van de longen. Als lucht die in de longen zit, moeilijk kan uitgeademd worden, krijg je een hyperinflatie van de longen, waarbij geleidelijk ademnood ontstaat.

Bij COPD heeft men vooral last van chronische benauwdheid/kortademigheid, chronisch (continu) hoesten en overmatige slijmproductie. Bij sommige patiënten verloopt de ziekte mild, bij anderen kan er sprake zijn van een snel verergerend beeld. Bij ernstig COPD kan hierdoor, en door een afname van de kracht van ademspieren, de longfunctie met meer dan de helft verminderen. Soms wordt de patiënt zo benauwd, dat de dagelijkse bezigheden als aankleden en een stukje lopen bijna onmogelijk worden. De ziekte kan daardoor ernstig invaliderend zijn.


2.  Wijze van diagnosestelling

Cfr. classificerende diagnostische protocollen (CDP) “COPD”.


3.  Toetsing aan de definitie van handicap

Een erkenning als persoon met een handicap volgens het decreet van het VAPH is mogelijk indien er ernstige longfunctiestoornissen bestaan met ernstige weerslag op het functioneren van de persoon. Onder ernstige longfunctiestoornissen wordt verstaan: 
- GOLD 3 = ernstige COPD met FEV1 tussen 49 en 30 %
- GOLD 4 = zeer ernstige COPD met FEV1 < 30% 

De kortademigheid of dyspnoe die met COPD gepaard gaat, wordt soms weergegeven in graden op de Medical Research Council dyspnoe schaal:
- Graad 4: moeten stoppen om op adem te komen na 90 meter stappen op vlak terrein
- Graad 5: te kortademig om het huis uit te gaan of dyspnoe bij aan- of uitkleden

COPD is een veel voorkomende en behandelbare ziekte. Als alleen COPD als oorzaak van mogelijke handicap wordt aangegeven, vraagt het VAPH dat volgende medische gegevens minimaal aanwezig zijn in het multidisciplinair verslag (MDV):

   ✎ Resultaten van het longfunctieonderzoek op verschillende tijdstippen:
    • Eén-seconde waarde FEV1
    • Geforceerde vitale capaciteit (FVC) 
    • Verhouding FEV1/FVC (Tiffeneau-index, zo < 0,70 is een indicatie voor COPD) 
    • Diffusiecapacteit. 
Aangezien personen met COPD vaak exacerbaties van de problematiek vertonen, is het belangrijk dat niet enkel de resultaten van longfunctie van op het ogenblik van een opstoot worden meegedeeld.

•  Zuurstofafhankelijkheid: hoeveel uur per dag is de persoon afhankelijk van zuurstof, ’s nachts en/of overdag, bij welke activiteiten heeft de persoon extra zuurstof nodig (buitenshuis, binnenshuis, …). 

•  Overzicht van de gevolgde behandelingen:  
1.  Rookstop voorgesteld en geprobeerd met medicamenteuze ondersteuning. Eventuele effect hiervan?
     Let op: Een rookstop is geen vereiste voor erkenning. 
2.  Medicamenteuze therapie of gebruikte geneesmiddelen
3.  Fysieke revalidatie: alle personen met COPD – ongeacht de ernst van COPD – hebben baat bij fysieke revalidatie en dienen dus aangezet te worden tot beweging.      De minimumduur van een effectief revalidatieprogramma is 6 weken; hoe langer het programma aanhoudt, hoe effectiever de resultaten zijn. 
4.  Vooruitzichten voor longtransplantatie? Indien een longtransplantatie plaats vond, dan is het in acht nemen van een lange revalidatieperiode zeker noodzakelijk: de      revalidatie neemt geregeld 1 jaar in beslag. Men opteert ook hier om de vuistregel van 6 maanden in acht te nemen. Een persoon moet minstens 6 maanden                gerevalideerd hebben alvorens een multidisciplinair verslag kan opgesteld worden.


4.  Toekenning van VAPH-ondersteuning

Indien de problematiek ernstig/langdurig en onbehandelbaar is, kan men in aanmerking komen voor VAPH-ondersteuning. Meestal beperkt het VAPH zich tot de toekenning van het interventieniveau/ functiebeperking: aanvulling onderste ledematen.

Doorgaans kunnen er goedkeuringen worden verleend voor de verbouwing van het sanitair en het plaatsen van handgrepen om de zelfredzaamheid bij persoonlijke verzorging mogelijk te maken. Ook een aanvullende trapleuning kan aangewezen zijn. 



Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar indicatiestelling@vaph.be
Comments