Psychische stoornis

1.  Wat is een psychische stoornis

Onder psychische stoornissen verstaan we alle aandoeningen waarbij (onderdelen van) het psychisch functioneren (gedrag/cognitie/emotie) afwijkt van het normale functiepatroon en waardoor er participatieproblemen ontstaan. Voorbeelden zijn: schizofrenie, depressie en bipolaire stoornis, persoonlijkheidsstoornissen, Gilles de la Tourette-syndroom, verslavingsproblematieken, …

Voor de behandeling van psychische stoornissen is de specifieke expertise nodig van een psychiater, psycholoog, psychiatrisch verpleegkundige, …

Bij ondersteuningsvragen die gesteld worden aan het VAPH is het belangrijk om te weten of de psychische stoornis al dan niet de determinerende problematiek is. Een belangrijk element om hierover te oordelen, is het nagaan van de psychiatrische antecedenten en het premorbied functioneren. De antecedenten kunnen ingrijpende psychiatrische interventies bevatten zoals veelvuldige en/of langdurige opnamen in psychiatrische voorzieningen.

1.1. Enkele veel voorkomende psychische stoornissen
  • Depressie
Vele mensen worden getroffen door een depressie. Als de depressie lang duurt of regelmatig terugkeert, kan dat een invaliderende invloed hebben op iemands leven. De term ‘depressie’ wordt in de huidige maatschappij echter frequent gebruikt om een gevoel van neerslachtigheid aan te duiden, zonder dat er sprake is van een depressie in de klinische zin.
Centraal bij een depressie staat de aanwezigheid van een sombere stemming en/of verlies van interesse en plezier. De symptomen veroorzaken klinisch significant lijden of belemmering in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke omstandigheden. De symptomen zijn niet het gevolg van directe fysiologische effecten van middelengebruik of een somatische aandoening. Daarnaast voldoen de symptomen niet aan de criteria voor een gemengde episode en zijn deze niet eerder toe te schrijven aan een rouwproces (DSM-IV-TR). Soms wordt een depressie uitgelokt door belangrijke (traumatische) gebeurtenissen (bv. overlijden van een belangrijk iemand, een ongeval, verlies van mogelijkheden, van werk, van een relatie, …). Is de aanleiding van een depressie te achterhalen, dan wordt dit een reactieve depressie genoemd.

Voor de diagnose is het van belang om na te gaan of naast depressieve episoden ook manie of hypomanie optreedt. In dat geval kan er sprake zijn van een vorm van bipolaire stoornis.

Depressies zijn meestal behandelbaar. Een weigering voor erkenning als persoon met een handicap kan men motiveren door het onvoldoende aanwezig zijn van beperkingen en/of de behandelbaarheid.
  • Bipolaire stoornis 
De bipolaire stoornis wordt gekenmerkt door de combinatie van een depressieve stoornis én de aanwezigheid van manische episoden. Men kan echter ook van een bipolaire stoornis spreken wanneer er zich alleen manische episodes voordoen, niet gevolgd door een depressie. De bipolaire stoornis is een ernstig psychiatrisch ziektebeeld met vaak levenslange nood aan psychiatrische opvolging. Personen met een dergelijke problematiek zijn eerder aangewezen op het aanbod van de psychiatrische en de geestelijke gezondheidszorg. Met medicatie en psychotherapie kan men vaak een behoorlijk niveau van functioneren handhaven.
  • Schizofrenie 
Tussen de 1 en 18 mensen op 1000 worden getroffen door schizofrenie. Dat is een syndroom waarbij er positieve symptomen zijn zoals psychotische toestanden, hallucinaties en wanen, en negatieve symptomen zoals affectverlies en passiviteit. Met medicatie en psychotherapie kan men vaak een behoorlijk niveau van functioneren handhaven, maar mensen met schizofrenie kunnen aftakelen waardoor ze op latere leeftijd op een lager niveau van intelligentie functioneren en hun interesses en energie verliezen.
  • Persoonlijkheidsstoornissen
Er zijn tevens allerlei persoonlijkheidsstoornissen beschreven die het normaal functioneren van mensen in de maatschappij bemoeilijken. De belangrijkste hiervan is wellicht de borderline-persoonlijkheidsstoornis, die gekenmerkt wordt door een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit. 
Er bestaan specifieke behandelingsprotocollen voor persoonlijkheidsstoornissen. Een behandeling kan als doel hebben de symptomen onder controle te houden, zodat ze minder belastend zijn voor het dagelijks functioneren. Met medicatie en psychotherapie kan men vaak een behoorlijk niveau van functioneren handhaven.
  • Verslavingsproblematiek
Verslavingsproblematiek is op zich geen reden om in aanmerking te komen voor ondersteuning door het VAPH. De toestand is (in principe) behandelbaar. Er is mogelijk wel sprake van een ‘handicap’ als de verslaving één van de symptomen is van een dieperliggende, ernstige psychische aandoening of van een (zeldzaam) syndroom dat bijna obligaat tot verslaving leidt, of als de verslaving onomkeerbare letsels heeft veroorzaakt.


2. Toetsing aan de definitie van handicap

Het hebben van een stoornis is een noodzakelijke, maar onvoldoende voorwaarde om te beantwoorden aan de definitie van handicap uit het decreet. De beperkingen in het functioneren die de stoornis met zich meebrengt, dienen in die mate ernstig te zijn dat ze de maatschappelijke participatie ernstig en langdurig hypothekeren. De diagnose van een psychische stoornis is op zich dus niet voldoende. Er moeten duidelijke beperkingen zijn op meerdere levensdomeinen (bv. school/werk én thuis, enz…) en deze moeten al geruime tijd aanwezig zijn én blijvend van aard zijn, waardoor ze leiden tot een ernstig en langdurig participatieprobleem. Een negatieve beslissing kan men motiveren door het onvoldoende aanwezig zijn van beperkingen en/of de behandelbaarheid.

Wanneer de hoofddiagnose de psychische problematiek is, wordt doorverwezen naar psychiatrische zorg (CGGZ, opname in psychiatrische ziekenhuizen, beschut wonen, psychiatrische thuiszorg, dagcentra). Het VAPH is namelijk residuair t.o.v. de bevoegdheden van andere instanties.

2.1. Psychische stoornis versus verstandelijke handicap

In het kader van aanvragen voor personen met een enkelvoudig psychische stoornis komt het voor dat deze personen vaak onterecht als een persoon met een verstandelijke handicap worden gediagnosticeerd, waar het in feite gaat om een “regressie” van de cognitieve functies bij een chronische psychiatrische stoornis. Ook uit de anamnese kan men afleiden dat het niet om een verstandelijke handicap gaat. Een verstandelijke handicap is immers een ontwikkelingsstoornis die reeds vóór de leeftijd van 18 jaar beperkingen met zich meebrengt in het intellectueel functioneren, wat zijn weerslag heeft op de totale ontwikkeling, de schoolloopbaan, …

Personen met een premorbied normaal cognitief functioneren, die een intellectuele regressie vertonen door het chronisch en invaliderend verloop van de psychische stoornis, zijn géén personen met een verstandelijke handicap, ook niet als zij op intelligentietesten scoren op het niveau van een persoon met een verstandelijke handicap. Uit hun anamnese blijkt meestal dat zij vóór het optreden van de stoornis een normaal functioneren kenden (bv. school, tewerkstelling). Zij beantwoorden niet aan de definitie van verstandelijke handicap en hebben een primair psychische stoornis. 

Ook zwakbegaafde personen of personen met een licht verstandelijke handicap waarbij de psychische stoornis op de voorgrond staat en de beperkingen in het functioneren vooral te wijten zijn aan de psychische stoornis, kunnen beschouwd worden als personen met een primair psychiatrische problematiek, en zijn dus aangewezen op het aanbod van de psychiatrische en de geestelijke gezondheidszorg. Meestal ziet men pas problemen optreden in de levensloop op het moment dat de psychische stoornis tot uiting komt (bv. bij een psychotische opstoot).

Overigens zijn de zorg en de omkadering (therapeutisch klimaat, leefgroepen) anders voor psychiatrische patiënten dan voor personen met een verstandelijke handicap. 

Personen met een verstandelijke handicap kunnen door onaangepaste of onvoldoende begeleiding gedragsproblemen vertonen (hierbij is de psychische problematiek secundair aan de verstandelijke handicap) of het komt voor dat de psychische stoornis niet de hoofddiagnose is (de beperkingen in het functioneren zijn vooral te wijten aan de verstandelijke handicap). Dit zijn personen met een dubbele diagnose. Bij personen met een verstandelijke handicap is er trouwens een verhoogde kans op het voorkomen van een psychische stoornis. Mensen met als hoofddiagnose een verstandelijke beperking en een secundaire psychische problematiek kunnen nood hebben aan ondersteuning die overeenstemt met hun verstandelijk niveau. Een ernstige bijkomende gedragsproblematiek kan mogelijks ook aanleiding geven tot de nood aan een hogere ondersteuningsvorm dan verwacht wordt op basis van het verstandelijk functioneren.

Daarnaast kunnen personen met de dubbele diagnose die (met begeleiding) thuis wonen, een beroep doen op de diensten binnen de psychiatrische sector (CGGZ, opname in psychiatrische ziekenhuizen, beschut wonen, psychiatrische thuiszorg, dagcentra).


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar indicatiestelling@vaph.be
Comments