Stap 1.1. Vraag van persoon met handicap

Voor deze tussenstap moet men vertrekken van de ondersteuningsvraag die de persoon stelt in het ondersteuningsplan-PVB. Deze vraag wordt uitgedrukt in ondersteuningsfuncties en bijhorende frequenties.

Wanneer één van onderstaande ondersteuningsfuncties (met bijhorende frequentie) wordt aangevraagd, moet er bij de objectivering van de ondersteuningsnood door het MDT een ZZI worden afgenomen:
  • bij oproepbare permanentie 
  • bij woonondersteuning (onafhankelijk van frequentie)
  • bij dagondersteuning, indien de MDT-medewerker van oordeel is dat de zorgzwaarte dermate groot is dat deze een impact heeft op de ondersteuningsnood
  • bij praktische hulp (vanaf 26u per week)
  • bij globale individuele ondersteuning (vanaf 15u per week)
Van zodra aan één van deze voorwaarden is voldaan, wordt de ondersteuningsnood geobjectiveerd aan de hand van een ZZI. Er wordt geen rekening gehouden met overige ondersteuningsfuncties en frequenties, die bijkomend worden aangevraagd. 

Wanneer één van onderstaande ondersteuningsfuncties (met bijhorende frequentie) wordt aangevraagd, kan er mogelijks met een beschrijving gewerkt worden:
  • bij dagondersteuning, indien de MDT-medewerker van oordeel is dat de zorgzwaarte geen impact heeft op de nood aan ondersteuning
  • bij praktische hulp (minder dan 26u per week)
  • bij globale individuele ondersteuning (minder dan 15u per week)
  • bij psychosociale begeleiding

Om te bepalen of een beschrijving in bovenstaande gevallen wel degelijk volstaat, dient de tweede tussenstap bij het bepalen van de methode van objectivering nog doorlopen te worden:


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar indicatiestelling@vaph.be
Comments