Stap 1.2. Totaalgewicht van de vraag

Voor deze tweede tussenstap wordt het totaalgewicht van de ondersteuningsvraag van de persoon bepaald.

Dit totaalgewicht van de vraag wordt bepaald door de gevraagde frequentie van een bepaalde ondersteuningsfunctie (in het ondersteuningsplan PVB) te vermenigvuldigen met het gewicht dat aan deze ondersteuningsfunctie wordt toegekend. Zo bekomt men een score per ondersteuningsfunctie. Wanneer er meerdere ondersteuningsfuncties gevraagd worden, worden deze scores per ondersteuningsfunctie opgeteld om het totaalgewicht van de vraag te bepalen. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de verschillende gewichten die bij elke ondersteuningsfunctie horen. 

Tabel. Gewicht van de ondersteuningsfuncties
Gewicht van de ondersteuningsfuncties

Voor de individuele ondersteuningsfuncties (psychosociale begeleiding, praktische hulp en globale individuele ondersteuning) en oproepbare permanentie zijn er basisgewichten voorzien. Voor de globale ondersteuningsfuncties (dagondersteuning en woonondersteuning) zijn er naast de basisgewichten ook hogere gewichten opgenomen voor bepaalde zorgzwaarte-profielen. 

Op basis van het totaalgewicht van de vraag kan afgeleid worden of de methode van objectivering die op basis van de vorige tussenstap gebruikt zou moeten worden, ook de juiste methode is. Met andere woorden: volstaat een beschrijving, of is er omwille van het totaalgewicht van de vraag toch een ZZI-afname nodig? Dit kan afgelezen worden in onderstaande tabel. 


Tabel. Budgetcategorieën, gewichten, zorgzwaarte en vereiste objectivering
Budgetcategorieën, gewichten, zorgzwaarte en vereiste objectivering

Indien het totaalgewicht van de vraag in het ondersteuningsplan-PVB gelijk is aan 20 of meer (vanaf budgetcategorie V), dan dient de ondersteuningsnood alsnog met het ZZI geobjectiveerd te worden. 


Belangrijk!
De hogere gewichten in de eerste tabel worden in een latere stap bij de objectivering van de ondersteuningsnood gebruikt om de gevraagde budgetcategorie te berekenen. Als blijkt dat de persoon na afname van het ZZI in een hoger zorgzwaarte-profiel (B-/P-waarde) terechtkomt, worden de hogere gewichten gebruikt bij de bepaling van de gevraagde budgetcategorie. Als ervan uitgegaan wordt dat een beschrijving volstaat om de ondersteuningsnood te objectiveren, worden steeds de basisgewichten gebruikt.

Concreet voorbeeld:
Een persoon vraag 7 dagen dagondersteuning en 7 nachten woonondersteuning in het OP PVB. Wanneer de basisgewichten worden toegepast, wordt er een gevraagde budgetcategorie van V berekend. Dit is echter niet de definitief gevraagde budgetcategorie, aangezien deze afhankelijk is van de objectivering van de ondersteuningsnood! Wanneer na de ZZI-afname blijkt dat het zorgzwaarteprofiel van deze persoon hoger ligt dan B3/P3, zal de gevraagde budgetcategorie herberekend worden (op basis van de hogere gewichten in de tabel).



Na het doorlopen van de eerste stap, het bepalen van de methode van objectivering, kan overgegaan worden naar de tweede stap. Deze tweede stap houdt in dat het MDT de ondersteuningsnood van de persoon gaat objectiveren op basis van één van de twee mogelijke methoden. Wat beide methoden precies inhouden, vind je door op onderstaande linken te klikken.



Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar indicatiestelling@vaph.be
Comments