Noodsituatie

Een noodsituatie wordt door het VAPH als volgt gedefinieerd:

"Een noodsituatie is een onverwachte, acuut beleefde en objectief vastgestelde situatie waarbij aan de meerderjarige persoon met een handicap onmiddellijke hulp geboden moet worden doordat de sociale context van de persoon met een handicap plots wegvalt waardoor een zeer ernstige bedreiging ontstaat voor de lichamelijke of geestelijke integriteit van de persoon met een handicap."

Het VAPH hanteert bepaalde criteria op basis waarvan kan bepaald worden of de situatie van de persoon kan erkend worden als een noodsituatie. Er is sprake van een noodsituatie wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan:
  • door het plots wegvallen van de sociale context zijn de zorgdragers en ondersteuners niet meer in staat om de zorg en ondersteuning voor de persoon op te nemen of is het onmogelijk geworden voor de persoon om ide huidige woonsituatie te blijven functioneren
  • de fysieke of psychische gezondheid zal bijna onmiddellijk in ernstige mate geschaad worden als de huidige situatie aanhoudt
  • er is geen alternatieve oplossing in het sociale netwerk of de reguliere crisisopvang mogelijk vanwege de aard van de handicap
  • het gaat om een onvoorzienbare verandering in sociale status

Personen die acuut in een dergelijke situatie terechtkomen en dringend nood hebben aan VAPH-specifieke ondersteuning, moeten snel een tijdelijk middelen ter beschikking gesteld krijgen. Daarom wordt voor deze noodsituaties tijdelijk prioritaire persoonsvolgende middelen voorzien. Deze middelen kunnen zowel worden ingezet als cash, als voucher, of als een combinatie van beide. Meer informatie omtrent de aanvraag van tijdelijke middelen noodsituatie kan geraadpleegd worden in de procedurele module onder het luik Aanvraag noodsituatie. 

Na de toekenning en activering van de tijdelijke middelen noodsituatie, moet de aanvrager binnen de 10 weken aangeven of de noodsituatie al dan niet van tijdelijke aard is. Hiertoe kan de aanvrager het aanvraagformulier persoonsvolgend budget na noodsituatie bezorgen aan het VAPH. 

Voor de beoordeling van de tijdelijkheid van de noodsituatie worden niet dezelfde criteria gebruikt als deze waarop noodsituatie initieel wordt beoordeeld. De vraag is immers hoofdzakelijk of er blijvende ondersteuning nodig is naar aanleiding van de aangevraagde noodsituatie. Daarom wordt voorgesteld om de tijdelijkheid van de noodsituatie te beoordelen aan de hand van de volgende drie vragen:
  1. Zou de oorspronkelijke ondersteuning na afloop van de periode van ongeveer 22 weken op dezelfde wijze kunnen geboden worden als voor de noodsituatie? Met andere woorden zou de situatie zich kunnen herstellen zoals voorheen? Bv. Is er opnieuw gedeeltelijke opname van zorg mogelijk door het sociaal netwerk? Hierbij dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid om rechtstreeks toegankelijke hulp of een van voor de noodsituatie ter beschikking gesteld PVB in te zetten. 
  2. Zijn er alternatieven voor de oorspronkelijke ondersteuning die niet op dezelfde wijze opgenomen kan worden (indien er onvoldoende herstel is van de oorspronkelijke situatie). 
  3. Is er naar aanleiding van de eerder aangevraagde noodsituatie VAPH-gesubsidieerde ondersteuning nodig waar die vroeger niet nodig was? 
Wanneer op basis van het antwoord op deze vragen blijkt dat de noodsituatie niet van voorbijgaande aard is, wordt de procedure PVB na noodsituatie gestart. 


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar prioritering@vaph.be
Comments