Beoordelingscriteria RPC

De beoordelingscriteria die de RPC hanteert bij het bepalen van de prioriteitengroep, zijn opgesteld basis van twee afwegingen: urgentie en bovengebruikelijke zorg. Iedere afweging wordt vervolgens opgesplitst in twee hoofdcriteria (urgentie) of in twee modaliteiten (bovengebruikelijke zorg). Op basis van de eerste afweging wordt, door de combinatie van de categoriescores, een voorlopige prioriteitengroep bepaald. Indien één van de modaliteiten van de tweede afweging van toepassing is, stijgt de persoon een prioriteitengroep. Onderstaand schema biedt een duidelijk overzicht van het beoordelingsproces dat de RPC dient te doorlopen om een prioriteitengroep te bepalen. 



In wat volgt wordt een verdere verduidelijking gegeven bij de verschillende criteria die in het schema worden vermeld.


AFWEGING 1: URGENTIE
De noodzaak tot onmiddellijke terbeschikkingstelling van een persoonsvolgend budget en de mate waarin met de terbeschikkingstelling van een persoonsvolgend budget een einde kan gemaakt worden aan een situatie die al langere tijd onhoudbaar is.

  • Hoofdcriterium 1. Grootte van de ondersteuningskloof
    De grootte van de kloof tussen de huidige ondersteuning en de gewenste ondersteuning.

    Dit hoofdcriterium wordt beoordeeld op basis van drie onderliggende criteria:
    • Criterium 1. Aard en intensiteit van de ondersteuningsnoden van de persoon
    • Criterium 2. De draaglast en draagkracht van de mantelzorgers
    • Criterium 3. De mogelijkheden en beperkingen van de huidige vrijwillige en professionele ondersteuning 

De uiteindelijke beoordeling van dit hoofdcriterium is een categoriescore van 1, 2 of 3, waarbij 1 de hoogste score is:

 Categorie 1Geen ondersteuning van reguliere diensten, mantelzorgers of sociaal netwerk maar er is duidelijk nood aan ondersteuning.
 Categorie 2Ondersteuning van reguliere diensten of mantelzorgers volstaat niet meer omwille van de intensiteit en/of complexiteit van de ondersteuningsnoden. Afwezigheid of overbelasting van mantelzorgers.
 Categorie 3Huidige ondersteuning komt vrij goed tegemoet aan ondersteuningsnoden  van de persoon. Geen grote kloof tussen wat persoon nodig heeft en nu al krijgt aan ondersteuning.


  • Hoofdcriterium 2. Dringendheid
    De mate van dringendheid van de vraag tot toekenning van een persoonsvolgend budget.

    Dit hoofdcriterium wordt beoordeeld op basis van vijf onderliggende criteria:
    • Criterium 1. Integriteit van de persoon met een handicap
    • Criterium 2. Integriteit van de mantelzorgers of samenwonende personen uit het netwerk
    • Criterium 3. De situatie is op korte termijn onhoudbaar
    • Criterium 4. De levenskwaliteit van de persoon met een handicap
    • Criterium 5. De ontwikkelingskansen van de persoon met een handicap

De uiteindelijke beoordeling van dit hoofdcriterium is een categoriescore van 1, 2 of 3, waarbij 1 de hoogste score is:

 Categorie 1De situatie is zeer acuut: 3/5 onderliggende criteria op overtuigende wijze aangetoond.
 Categorie 2De situatie is acuut: 1/5 onderliggende criteria op overtuigende wijze aangetoond.
 Categorie 3De situatie is niet acuut: geen van onderliggende criteria aan de orde.
De situatie is mogelijk acuut: signalen één of meerdere onderliggende criteria aan de orde, maar die signalen zijn nog niet erg duidelijk of overtuigend, of zijn niet aangetoond.



AFWEGING 2: BOVENGEBRUIKELIJKE ZORG
Het honoreren van de bovengebruikelijke zorg.
 
   
  • Modaliteit 1. Bovengebruikelijke zorg in het heden
    Automatische berekening aan de hand van rekenregel.

    Bij deze modaliteit wordt een vergelijking gemaakt tussen de definitief gevraagde budgetcategorie van de cliënt
    (uit het ondersteuningsplan PVB, eventueel aangepast na objectivering van de ondersteuningsnood) en de geobjectiveerde budgetcategorie van het MDT (uit de objectivering van de ondersteuningsnood). Indien de gevraagde budgetcategorie minstens twee categorieën lager ligt dan de geobjectiveerde budgetcategorie, is er sprake van bovengebruikelijke zorg in het heden.

  • Modaliteit 2. Bovengebruikelijke zorg in het verleden
    De mate van langdurige bovengebruikelijke zorg in het verleden waarbij familieleden, vrienden en informele contacten gedurende langere tijd meer zorg hebben geboden dan redelijkerwijze van hen verwacht kan worden.

    Bij deze modaliteit wordt de bovengebruikelijke zorg beoordeeld in de periode 20 jaar voorafgaand aan vandaag.

In dit luik werd ieder criterium zeer kort aangehaald. Meer gedetailleerde informatie over de criteria (bijvoorbeeld de verschillende scoringsopties bij de onderliggende criteria) kunt u hieronder in bijlage terugvinden.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar prioritering@vaph.be
ĉ
Jolien Polleunis,
4 nov. 2016 03:58
Comments