Bijzondere Bijstandscommissie [BBC]

Wie kan een voorlegging aan de BBC vragen?
Een dossier kan op vraag van de persoon met een handicap, zijn wettelijk vertegenwoordiger of op initiatief van de administratie van het VAPH aan de BBC worden voorgelegd. Indien een voorlegging aan de BBC wordt gevraagd, is er de afspraak met het raadgevend comité van het VAPH dat deze voorlegging ook gebeurt (in zoverre een voorlegging natuurlijk reglementair mogelijk is). Hulpmiddelen die echter uitgesloten zijn op basis van de artikels 6 of 7 van het BVR van 13/7/2001 (zoals bv. fietsen met een hulpmotor) dienen door de provinciale afdeling onmiddellijk geweigerd te worden (cf. supra: ‘Hulpmiddelen gesubsidieerd door het VAPH’). Deze hulpmiddelen kunnen niet aan de BBC worden voorgelegd.

In welke situaties kan een dossier worden voorgelegd aan de BBC?
Een dossier kan aan de BBC worden voorgelegd in 3 situaties:
  • het hulpmiddel is niet opgenomen in de refertelijst 
  • het hulpmiddel is opgenomen in de refertelijst, maar er is sprake van een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte [ZUZ]
  • het hulpmiddel betreft een elektronische rolwagen met kostprijs boven 12.611 euro (basisbedrag 2002)
De commissie beoordeelt de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte op basis van de volgende elementen:
1° de persoon met een handicap bevindt zich in een situatie die op een treffende wijze verschilt van die van de groep van personen met soortgelijke beperkingen;
2° de situatie, vermeld in 1°, is het gevolg van factoren als eventuele aanvullende gezondheidsproblemen of de sociale, professionele en gezinssituatie.

Een voorlegging van een vraag aan de BBC wordt steeds door de administratie voorbereid in een nota aan de BBC. Hierin dient de aanvraag gemotiveerd te worden en moet een voorstel van tegemoetkoming geformuleerd worden. De zeer uitzonderlijke zorgbehoefte, indien gevraagd vanuit de persoon met handicap, moet steeds specifiek gemotiveerd worden in het daartoe bestemde luik van het adviesrapport. De administratie verwerkt deze argumenten vervolgens in de nota voor de commissie. De administratie dient hierbij duidelijk in de nota aan de commissie te vermelden of ze al dan niet akkoord gaat met de voorgelegde motivatie. Indien de administratie niet akkoord gaat, is een omstandige motivatie vereist. Indien de administratie de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte erkent, dient de nota te vermelden hoeveel er per delegatie kan toegekend kan worden (refertebedrag) en hoeveel de aanvullende tegemoetkoming van de commissie moet bedragen (ZUZ-gedeelte). 

Wat zijn de algemene voorwaarden?
Om een dossier te kunnen voorleggen aan de BBC dient volgens het artikel 31,§3 "de tenlasteneming mogelijk te zijn overeenkomstig de algemene voorwaarden, gesteld in het besluit". Zoals reeds eerder vermeld, moet een voorlegging dus reglementair mogelijk zijn (cf. artikel 6 en 7 van het BVR van 13/7/2001). Indien dit niet het geval is, verstuurt de administratie onmiddellijk een weigering. Daarnaast betekent het ook dat er onder meer voldaan moet zijn aan de voorwaarden vermeld in het artikel 4 van het BVR van 13/7/2001:
1° de behoefte aan het hulpmiddel moet voortvloeien uit de handicap,
2° het hulpmiddel moet noodzakelijk zijn voor de sociale integratie,
3° het moet gaan om bijkomende kosten ten opzichte van een valide persoon (meerkostenprincipe),
4° de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid moeten aangetoond 
worden (in functie v/d handicap) én in verhouding staan met het bedrag van de gevraagde bijstand.

Indien men tot de conclusie komt dat dat niet het geval is, dan moet een voornemen tot weigering betekend worden wanneer de aanvraag een hulpmiddel betreft dat niet in de refertelijst voorkomt. 

Indien men voor een hulpmiddel dat wel in de refertelijst voorkomt een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte inroept, betekent dit dat de administratie eerst moet oordelen over de toekenning van één of meerdere refertebedragen. De PA moet immers vóór de aanvraag voor een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte oordelen of de persoon met een handicap voldoet aan de algemene voorwaarden om een bepaald hulpmiddel te verkrijgen (refertebedrag), alvorens eventueel recht te hebben op een verhoogde tegemoetkoming door de BBC. Indien deze refertebedragen toegekend werden, moet de aanvraag dus onvermijdelijk worden overgemaakt aan de administratie van de BBC aangezien men reeds bij het toekennen van de refertebedragen moet afwegen of de aanvraag voldoet aan de criteria van artikel 4. Indien de refertebedragen niet toegekend worden, betekent de PA een voornemen en wordt de vraag niet voorgelegd aan de BBC. 

Wat zijn de specifieke voorwaarden?
Bij een niet-referte hulpmiddel of aanpassing moet de kostprijs van het hulpmiddel of de aanpassing meer dan 300 euro bedragen vooraleer het aan de BBC kan worden voorgelegd. 
Bij de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte moet het verschil tussen het refertebedrag en de factuurprijs meer dan 300 euro bedragen. Afspraak: deze regel is van toepassing op de enkelvoudige hulpmiddelen en niet op het totaalbedrag van de factuur (waar verschillende hulpmiddelen kunnen samengevoegd zijn), behalve voor incontinentiemateriaal of andere hygiënische maatregelen. Aangezien de terugbetaling voor incontinentiemateriaal gebeurt aan de hand van een jaarforfait, wordt ook in dit geval met de jaarfactuur gewerkt. 

De enige uitzondering op bovenvermelde regel van 300 euro vormen de herstellingskosten die in de refertelijst zijn opgenomen. Deze worden in de regelgeving afzonderlijk van de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte, de elektronische rolstoelen met kostprijs boven 12.611 euro (index 2002) en de hulpmiddelen en aanpassingen buiten de refertelijst gedefinieerd als BBC-bevoegdheid. Hiervoor is geen minimale meerkost bovenop het refertebedrag van toepassing. 

Enkele specifieke principes
Maximale tegemoetkomingen
De BBC hanteert voor bepaalde soorten hulpmiddelen een maximale tegemoetkoming (grensbedrag). Voorbeelden zijn een aangepaste kinderstoel, tandem, aangepast autokinderzitje … . De BBC kan dit omdat ze een autonome commissie is en per dossier kan beslissen of het wenselijk is om een hulpmiddel al dan niet volledig terug te betalen. De leden van de commissie zijn van oordeel dat de door haar gebruikte maximumbedragen een vergoeding vormen voor dat type hulpmiddel, zonder daarbij te kijken naar specifieke merken, die onderling sterk in prijs kunnen verschillen. Daarnaast is het niet uitgesloten dat de commissie afwijkt van het door haar gehanteerde maximumbedrag en een volledige tegemoetkoming voorziet. Een grondige motivering in het adviesrapport is in die gevallen noodzakelijk.

De restwaarde van het hulpmiddel
Restwaarde is een begrip dat belangrijk is in het kader van een aanvraag om een hernieuwing van een hulpmiddel. De restwaarde is de resterende waarde van het hulpmiddel na een bepaalde duur en is het resultaat van de breuk: totale tegemoetkoming * resterende refertetermijn / totale refertetermijn. De totale tegemoetkoming bestaat uit het refertebedrag en eventueel de tegemoetkoming van de BBC. 
De restwaarde van het hulpmiddel wordt door de Bijzondere Bijstandscommissie gehanteerd voor de afweging van een verdere tegemoetkoming in herstellingskosten na uitputting van het refertebedrag. 
Indien de nieuwe herstellingskosten meer bedragen dan de restwaarde, beslist de BBC meestal nog eenmaal tussen te komen in de herstellingskosten gelet op de noodzaak van een dringende herstelling en omdat de kosten meestal reeds zijn gemaakt. De BBC benadrukt dan dat zij het zinvol achten dat de persoon advies inwint bij zijn multidisciplinair team [MDT] en op termijn een tegemoetkoming voor de aankoop van een nieuw toestel aanvraagt bij het VAPH. Dit om te vermijden dat de persoon in de toekomst steeds vaker herstellingskosten dient te maken waarvan onzeker is of deze nog zullen worden vergoed. Indien men in de toekomst toch een herstelling verkiest boven de aankoop van een nieuw toestel, is een nieuwe vergoeding niet uitgesloten, maar dan zal de noodzaak van deze bijkomende kosten wel zeer grondig moeten gemotiveerd worden.

De toepassing van het meerkostenprincipe
De commissie trekt in haar beslissing dikwijls een standaardbedrag af. Bij bepaalde fietsoplossingen wordt bijvoorbeeld de kostprijs van een standaardfiets in mindering gebracht van de gevraagde tegemoetkoming. Op die manier vergoedt men enkel de meerkost.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments