Interventieniveaus

De definitie van dit concept vinden we in de ICIDH (Internationale Classificatie van Stoornissen, Beperkingen en Handicaps), de voorloper van de ICF. Het begrip interventieniveau komt niet als dusdanig terug in de ICF.

Door de functiebeperking is er nood aan aanpassingen en hulpmiddelen bij het uitvoeren van activiteiten (mobiliteit, communicatie, huishouden, enz. …). Het interventieniveau staat voor de mate waarin een bepaalde functiebeperking aanwezig is.
  • Aanvulling: wanneer de persoon alleen met hulpmiddelen, waaronder hulp van anderen activiteiten kan uitvoeren met de desbetreffende functies (bewegingssysteem ter hoogte van de ledematen en van de gewrichten en botten, sensorische functies, stem en spraak, urogenitaal en spijsverteringsfuncties, en mentale functies), en bij enkele activiteiten nood heeft aan hulpmiddelen die de functie vervangen of de functiebeperking compenseren.
  • Vervanging: wanneer de persoon vrijwel geen activiteiten kan uitvoeren met deze functie, ook niet met hulpmiddelen of hulp.
Personen die het interventieniveau ‘vervanging’ toegekend krijgen bij een bepaalde functiebeperking, kunnen ook een tegemoetkoming krijgen van het VAPH voor de hulpmiddelen en aanpassingen onder ‘aanvulling’ van diezelfde functiebeperking. 

Personen met enkel het interventieniveau ‘aanvulling’ bij een bepaalde functiebeperkingen, kunnen in principe geen tegemoetkoming krijgen voor hulpmiddelen en aanpassingen die vallen onder ‘vervanging’ van diezelfde functiebeperking. Uitzonderlijk kan dit wel via de uitzonderingsprocedure (art. 16 van het IMB-besluit) indien de noodzaak van het hulpmiddel of de aanpassing wordt aangetoond.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments