Specifieke situaties

1. Evolutieve of nog niet gestabiliseerde aandoeningen

Soms zijn beperkingen het gevolg van evolutieve aandoeningen. Voor deze problematiek werd een aparte module uitgewerkt met concrete principes rond het toekennen van interventiedoelen hierbij.

Mogelijks zijn aandoeningen of functionele toestanden op het ogenblik van de aanvraag nog niet gestabiliseerd, bijvoorbeeld tijdens een intensieve revalidatieperiode. Ook hiervoor zijn richtlijnen uitgewerkt in de rubriek Definitie handicap in de inhoudelijke module van de infowijzer. 


2. Specifieke problemen, niet binnen de refertelijsten te plaatsen

Bepaalde problemen zijn niet eenvoudig binnen de refertelijsten te plaatsten zoals bv. evenwichts- en coördinatiestoornissen. 

- Evenwicht hoort tot de bewegingsfuncties. Mensen met evenwichtsstoornissen kunnen nood hebben aan hulpmiddelen en aanpassingen die te vinden zijn in de refertelijsten ‘Aanvulling Onderste Ledematen’, ‘Vervanging Onderste Ledematen’, evenals ‘Aanvulling Rug, Wervelzuil, Bekken’. 

- Coördinatie: hier zijn de refertelijsten ‘Aanvulling Onderste Ledematen’, ‘Vervanging Onderste Ledematen’, ‘Aanvulling Bovenste Ledematen’, ‘Vervanging Bovenste Ledematen’ en ‘Aanvulling Rug, Wervelzuil, Bekken’ eventueel van toepassing. 


3. Hulpmiddelen die niet passen binnen de door de PEC toegekende functiebeperkingen en interventieniveaus

Het kan voorkomen dat personen met een handicap een gevraagd hulpmiddel niet kunnen bekomen, doordat het niet onder de lijst van het toegekend interventieniveau en functiebeperking valt. 
Het VAPH oordeelt dan of een tegemoetkoming voor het concrete hulpmiddel of de aanpassing moet worden toegekend, rekening houdend met de beperkingen van de persoon, de noodzaak en de gebruiksfrequentie. Het is uiteraard belangrijk dat indien nodig multidisciplinair overleg aan deze beslissing voorafgaat. 


4. RIZIV-document - 'Aanvulling of Vervanging Onderste Ledematen'

Indien het RIZIV een goedkeuring verleent voor een mobiliteitshulpmiddel en een vraag om onderhoud ervan aan het VAPH wordt gesteld, is er meestal geen bezwaar om “Aanvulling Onderste Ledematen” dan wel “Vervanging Onderste Ledematen” (rolstoelafhankelijk zowel binnen/buiten) toe te kennen.
Dergelijke dossiers worden meestal als consensusdossiers beschouwd. Het is echter belangrijk dat deze dossiers door de arts en/of de coördinator beoordeeld worden, zodat twijfelgevallen toch aan de PEC kunnen worden voorgelegd.
Het VAPH volgt zijn eigen reglementering - niet gebonden aan de reglementering van het RIZIV - wat betekent dat in uitzonderlijke gevallen van deze regel kan afgeweken worden. Indien de ernst of langdurigheid van de mobiliteitsbeperkingen minder uitgesproken lijken, wordt het dossier ter discussie aan de PEC voorgelegd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een vraag naar tussenkomst in onderhoud en herstelling voor een rolstoel die door het RIZIV werd toegekend aan een persoon met een verstandelijke handicap.

Indien de PEC oordeelt dat de aanvrager als persoon met een handicap kan worden erkend maar niet in aanmerking komt voor de functiebeperking Onderste Ledematen, dan kan de administratie alsnog de noodzaak voor een rolstoel erkennen (vb. bij ernstige inspanningsintolerantie) en 40% van de nomenclatuurwaarde voor onderhouds- en herstellingskosten en aanpassingen toekennen.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments