Het goedkoopst-adequate hulpmiddel

Het VAPH streeft ernaar de middelen die het ter beschikking heeft om haar maatschappelijke opdrachten uit te voeren zo efficiënt mogelijk te besteden. Vanuit die visie heeft het agentschap samen met de leden van Permanente Werkgroep Individuele Materiële Bijstand en Universal Design (IMB&UD) een aantal logische principes afgetoetst die ook van belang zijn bij de advisering van hulpmiddelen door een MDT.

1. Een oplossing moet in de eerste plaats adequaat zijn.

De eerste bekommernis in het adviseringsproces is het vinden van een adequate oplossing voor het probleem van de cliënt. Het is de opdracht van het VAPH om enkel adequate oplossingen te financieren. 

Een adequate oplossing is een oplossing die een probleemactiviteit op een kwalitatieve manier toch mogelijk maakt. Kwaliteit (duurzaamheid, gebruiksgemak,…) is een essentieel kenmerk van een adequate oplossing. Daarnaast kan er ook maar sprake zijn van een adequate oplossing indien men bij de advisering rekening houdt met het geheel aan probleemactiviteiten en zorgvragen die aanwezig zijn.

2. Indien er meerdere adequate oplossingen mogelijk zijn, houdt men bij de advisering rekening met de goedkoopste adequate oplossing. 

Als er meerdere adequate oplossingen zijn, kan de voordeligste oplossing daaruit gekozen worden.
Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat ze de oplossing meer adequaat maken voor de persoon met een handicap, komen niet in aanmerking voor vergoeding. Het is wel mogelijk om een duurder adequaat  hulpmiddel te verstrekken als de gebruiker bereid is het prijsverschil zelf te betalen. Het duurdere hulpmiddel moet dan wel onder dezelfde referteklasse (de omschrijving in de refertelijst die bij een bepaald refertebedrag hoort) thuishoren als het goedkoopste adequate hulpmiddel.

Het principe ‘goedkoopste adequate oplossing’ kan dus gebruikt worden om een keuze te maken tussen verschillende adequate oplossingen. Indien de aanvrager tijdens het adviesproces toch voor een duurdere oplossing kiest, moet deze wel minimaal dezelfde relevante functionaliteit(en) hebben als de goedkoopst-adequate oplossing en dit moet aangetoond worden in de advisering. 

Bij die afweging moet rekening gehouden worden met een aantal (logische) principes:
  • Wanneer de oplossing uit een pakket hulpmiddelen bestaat, moet rekening gehouden worden met het totale kostenplaatje;
  • Het is mogelijk dat een oplossing die duurder is, in de praktijk langer blijkt mee te gaan waardoor ze op langere termijn voordeliger is. De vooropgestelde gemiddelde gebruiksduur of ‘refertetermijn’ is belangrijk;
  • De referterubrieken voor gespecialiseerde hard- en software die deel uitmaken van eenzelfde ICT-oplossing, moeten samen bekeken worden. Zo kan er rekening gehouden worden met criteria zoals technische compatibiliteit en kwalitatieve support door een en dezelfde leverancier. Voor aangepaste software voor lezen of schrijven, moet ook nagegaan worden welke softwarepakketten op school worden gebruikt en of de overschakeling naar een ander softwarepakket eenvoudig is of niet. Als een overschakeling niet eenvoudig is, dan kan dit een bijkomend element zijn waarmee rekening moet gehouden worden bij de bepaling van de beste oplossing.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments