Het residuariteitsbeginsel en het meerkostenprincipe

Zie artikel 6 van het BVR van 13/7/2001 betreffende de IMB: Vlaamse Codex 

Het VAPH heeft residuaire bevoegdheden. Dit wil zeggen dat het VAPH alleen een tussenkomst voorziet voor hulpmiddelen en bijstand die geen bevoegdheid vormen van een andere overheidsdienst. Dit is het geval ongeacht het feit of de andere instantie al dan niet daadwerkelijk een tussenkomst verleent.   Is een andere instantie bevoegd voor een bepaalde materie, dan verleent het VAPH dus geen of slechts een gedeeltelijke tussenkomst. Afwijkingen op het residuariteitsbeginsel zijn er bijvoorbeeld voor een aantal mobiliteitshulpmiddelen zoals rolstoelen. 

Een tweede belangrijk principe voor de tegemoetkomingen vanuit het VAPH is dat van de meerkost ten gevolge van de handicap. Het VAPH komt immers enkel tussen in de bijkomende uitgaven die een persoon met handicap heeft ten aanzien van de kosten die een persoon zonder handicap in gelijkaardige omstandigheden heeft. Voor hulpmiddelen die een meerkost inhouden in verhouding tot het vergelijkbaar standaardproduct wordt de 'basiskost' in mindering gebracht van het factuurbedrag. De basiskost is de gemiddelde prijs van het standaardproduct voor gebruik door een persoon zonder handicap in dezelfde omstandigheden. Een voorbeeld: voor een tandem is de basiskost de gemiddelde prijs van een gewone fiets. Voor hulpmiddelen waarvoor een basiskost van toepassing is, wordt dat bedrag vermeld in de refertelijst (cf. infra). Het is dan het restbedrag (het verschil tussen het factuurbedrag en de basiskost) dat in aanmerking komt voor een terugbetaling via het refertebedrag.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments