Hulpmiddelen gerelateerd aan onderwijs

Algemeen principe
Vanaf het schooljaar 1995-1996 werd de financiering van speciale onderwijsleermiddelen voor leerlingen met een handicap in het gewoon onderwijs van het VAPH naar het departement Onderwijs overgedragen. Apparatuur die behoort tot de (op school) gebruikte schooluitrusting of daarmee equivalent is, in het bijzonder hulpmiddelen die nodig zijn om de lessen te volgen, schoolgeld en leerboeken, kunnen daarom niet door het VAPH worden gesubsidieerd (art. 7, BVR van 13/7/2001).

De doelgroep wordt gevormd door de leerlingen of studenten met een handicap die het gewoon kleuteronderwijs, lager, secundair, hoger of academisch onderwijs volgen. Met "speciale onderwijsleermiddelen" worden hulpmiddelen bedoeld die het kind met een handicap nodig heeft om het onderwijsleerproces in de gewone school te kunnen volgen. Het kan gaan om technische apparatuur (zoals een braillescope, een leesloep) of om omzettingen van leerboeken en studiemateriaal in braille. 

Voor meer informatie omtrent de aanvraagprocedure kan men terecht op www.ond.vlaanderen.be

Opmerking:
Technische hulpmiddelen die naast de schoolse situatie ook in een ruimere sociale context (bv. contact met vrienden, uitgaan, winkelen,…) kunnen aangewend worden en gemakkelijk verplaatsbaar zijn van de school naar de thuissituatie worden momenteel wel gefinancierd door het VAPH. 

Hulpmiddelen bij dyslexie
In 2008 werd een akkoord gesloten met het Vlaams Ministerie van Onderwijs, Vorming en Werk over de problematiek van de gebrekkige ondersteuning van leerlingen met dyslexie in de onderwijsomgeving. Er werd afgesproken dat het Departement Onderwijs vanaf 1 september 2009 volledig zelf zou instaan voor deze doelgroep, onder meer met de vanuit het VAPH overgedragen middelen voor deze aanvragen, en dit zowel voor hulpmiddelen op school (voornamelijk ondersteunende software) als in het verlengde ervan in de thuisomgeving (studeren, huiswerk maken enz.).

Een uitgebreide infonota m.b.t. de inschrijfbaarheid van personen met dyslexie bij het VAPH en de te volgen werkwijze bij aanvragen is te vinden via http://www.vaph.be/vlafo/view/nl/2872694-Infonota%27s+2009.html. Meer informatie kan ook teruggevonden worden in de Infowijzer - Inhoudelijke module. Hieronder overlopen we even kort de voornaamste conclusies. 

Bij kinderen en adolescenten met dyslexie mag men stellen dat het voorbarig is van een handicap te spreken omdat het niet mogelijk is het uiteindelijke chronisch karakter (‘langdurigheid’) en de impact op de participatie te beoordelen. De beperkingen zijn nog niet gestabiliseerd. Bovendien behoort de aanpak van de problematiek tot het domein van andere instanties met name het Departement Onderwijs voor de schoolse aanpak, inclusief de hulpmiddelen (op school en thuis) en de Ziekteverzekering voor de logopedie. Zoals afgesproken met het Departement Onderwijs verwijzen we leerlingen met dyslexie met vragen door naar hun onderwijsinstelling.

Bij volwassenen zal dyslexie zich vooral vertalen in problemen bij tewerkstelling. Sedert de overheveling van de bevoegdheden omtrent opleiding en tewerkstelling naar het departement tewerkstelling, zullen deze personen zich steeds tot deze instanties kunnen richten. Het VAPH aanvaardt zulke aanvragen niet en verwijst door naar de VDAB.

Alleen in sommige gevallen, bij zeer ernstige dyslexie die een volwassen persoon ook in het dagelijks leven naast de werkvloer of naast zijn of haar studies parten speelt, bestaat de mogelijkheid om deze persoon in te schrijven. Hoewel het stichtingsdecreet van het VAPH niet toelaat bepaalde stoornissen nominaal uit te sluiten, benadrukken we echter dat de beperkingen van iemand met dyslexie zelden tot nooit van die aard zijn dat wij spreken van een persoon met handicap (ernstige beperkingen in activiteiten en langdurige participatieproblemen).

Pedagogische hulp bij hogere studies
Tegemoetkomingen voor pedagogische hulp bij hogere studies vallen wel onder de bevoegdheid van het VAPH (cf. hoofdstuk III van Bijlage III bij het BVR van 13/07/2001). Deze tegemoetkomingen zijn bedoeld voor het verlenen van inhoudelijke begeleiding buiten de lesuren aan personen met een visuele of auditieve handicap. Meer informatie omtrent pedagogische hulp bij hogere studies vindt u in de desbetreffende hulpmiddelenfiche. 

Verplaatsings- en verblijfskosten
Het VAPH voorziet verder ook tegemoetkomingen voor de verplaatsingskosten van leerlingen die met een persoonlijk vervoermiddel naar de gewone lagere of middelbare school, of naar het gewoon hoger onderwijs gaan. Voorwaarden hiervoor zijn dat de leerling zich verplaatst in een rolwagen of heel beperkte mogelijkheden heeft om zich te voet te verplaatsen (aangetoond met een medisch verslag). 
Voor het buitengewoon onderwijs organiseert het departement Onderwijs en Vorming het leerlingenvervoer. Veel scholen voor buitengewoon onderwijs zijn verbonden aan een door het VAPH erkend en gesubsidieerd (semi-)internaat. Indien in dit geval het (semi-) internaat het vervoer van en naar school voorziet,  worden door het VAPH reeds subsidies gegeven en kan er geen tegemoetkoming vanuit het IMB-budget voorzien worden. 
Verblijfskosten in deze context zijn kosten voor een persoon met een handicap die gewoon onderwijs volgt en die in een internaat of op kot verblijft. Deze kosten kunnen door het VAPH vergoed worden als het verblijf ter plaatse noodzakelijk is omdat de dagelijkse verplaatsingen van en naar de woonplaats niet haalbaar zijn vanwege de handicap.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments