Hulpmiddelen voor gebruik in een voorziening erkend door het VAPH

1. Algemene informatie
In infonota INF1310 wordt het thema van hulpmiddelen voor gebruik in voorzieningen met een VAPH-erkenning in detail besproken. U vindt deze infonota terug op de website van het VAPH of via INF1310

We willen benadrukken dat deze regeling niet van toepassing is voor het aanvragen van hulpmiddelen voor gebruik thuis wanneer de persoon met een handicap ook nog deels thuis verblijft. Personen die zowel thuis als in een voorziening verblijven kunnen wel nog beroep doen op hulpmiddelen en aanpassingen voor thuis wanneer deze noodzakelijk blijken. Uiteraard moet daarbij ook aandacht besteed worden aan de gebruiksfrequentie en de overige algemene voorwaarden (noodzaak, werkzaamheid en doelmatigheid) die het IMB-besluit stelt (cf. art. 4 van het BVR van 13/7/2001).  

Hulpmiddelen die vanuit het IMB-budget gesubsidieerd worden, blijven steeds eigendom blijven van de persoon met een handicap en moeten dus meegenomen worden bij verhuis.

2. Overzicht van hulpmiddelen

In de tabel als bijlage bij de infonota (zie ook de bijlage bij deze pagina) vindt u een gedetailleerd overzicht van welke hulpmiddelen in de refertelijst (in de rijen) in welke VAPH-voorzieningen (in de kolommen) vanuit het IMB-budget gefinancierd kunnen worden. De tabel is opgesplitst per domein voor de grote domeinen zoals communicatie of per groep van verwante domeinen voor de kleinere domeinen zoals anti-decubitusmateriaal. Elk hulpmiddel in de refertelijst, ongeacht de functiebeperking of het interventieniveau, werd opgenomen in dit overzicht.

De kleurencode is eenvoudig: 

  • Een groene cel betekent dat het hulpmiddel of de aanpassing voor individueel gebruik door de aanvrager kan worden vergoed vanuit het IMB-budget voor de zorgvorm die bovenaan de kolom vermeld wordt. Dit betekent niet dat er voor deze aanvragen automatisch een goedkeuring van het VAPH volgt. Een goede motivering van de noodzaak van het individueel gebruik, de gebruiksfrequentie en dergelijke meer, via de gebruikelijke aanvraagprocedures van het VAPH, blijft noodzakelijk. 
Een aannemelijke reden voor individueel gebruik van een hulpmiddel in een voorziening kan bijvoorbeeld zijn dat het om maatwerk of een zeer moeilijk aanpasbaar hulpmiddel gaat. Ook individueel gebruik van bepaalde hulpmiddelen om hygiënische redenen (vb. tildoek) of omdat het hulpmiddel (quasi) constant door één cliënt gebruikt wordt (vb. anti  decubitusmatras) kan bijvoorbeeld aannemelijk zijn.

De aanpassing van een individueel gebruikte wagen kan bijvoorbeeld ten laste genomen worden maar niet de aanpassing van een voertuig voor gemeenschappelijk gebruik door verscheidene cliënten in de voorziening. Evenmin kunnen tildoeken voor gemeenschappelijk gebruik binnen een voorziening ten laste genomen worden. Tildoeken voor individueel gebruik kunnen wel vergoed worden.
  • Een rode cel betekent dat het hulpmiddel of de aanpassing niet zal worden vergoed vanuit het IMB-budget voor de bovenaan vermelde zorgvorm. Deze aanvragen worden dan ook beter niet ingediend.
  • Een oranje cel komt zeer zelden voor en betekent dat de subsidie eenmalig is. Dit betekent dat deze subsidie slechts éénmaal per erkende wooneenheid kan worden toegekend.

Specifieke informatie omtrent tildoeken

Als verdere verduidelijking van het standpunt in infonota 1310 omtrent het gebruik van tildoeken in voorzieningen werd een extra nota opgesteld teneinde uniforme richtlijnen te hanteren in het al dan niet goedkeuren van dergelijke aanvragen. 

Indien de noodzaak van het louter individueel gebruik van een tildoek door een persoon die in een voorziening verblijft niet voldoende kan gemotiveerd worden, behoort deze kost toe aan de voorziening. Alleen wanneer de noodzaak van het louter individueel gebruik van een tildoek duidelijk is aangetoond, kan het VAPH de kosten voor de tildoek via een individuele aanvraag ten laste nemen. Net als voor personen die thuis verblijven, kunnen dan maximaal twee tildoeken vergoed worden. Indien men zowel thuis als in de voorziening tildoeken gebruikt, blijft de totale tegemoetkoming (rekening houdend met eventuele eerdere tegemoetkomingen hiervoor) in principe beperkt tot twee stuks. Indien blijkt dat de tildoeken die thuis gebruikt worden niet kunnen worden gebruikt in combinatie met het tilsysteem van de voorziening, dan kan de provinciale afdeling bijkomend 2 tildoeken toekennen. 

Bij de aanvragen die ingediend werden na het verspreiden van de richtlijn in juni 2013 komen een aantal terugkerende argumenten voor het individueel gebruik van een tildoek in de voorziening naar voor. Het VAPH hanteert daarover volgende standpunten:
  • Incontinentie en speekselverlies: kunnen geen motivering vormen voor individueel gebruik van tildoeken (cf. gebruik van lakens in de voorziening), tenzij het om een dermatig ernstige incontinentieproblematiek gaat dat incontinentiemateriaal onvoldoende oplossingen biedt.
  • Constant verblijf op tildoek vanwege pijnlijke transfers: kan geen motivering vormen voor individueel gebruik omwille van tegenindicaties voor preventie van decubitus en huidirritaties.
  • MRSA-preventie: enkel bij chronisch, niet-behandelbaar MRSA-dragerschap (geen dekolonisatie mogelijk) kan de noodzaak van een individuele tildoek aanvaard worden.
  • Voorziening verplicht cliënten om zelf tildoeken te voorzien: kan geen argument zijn voor terugbetaling door het VAPH met het IMB-budget.
  • Op maat gemaakte tildoeken: kunnen indien noodzakelijk vergoed worden als individueel gebruikt hulpmiddel vanuit het IMB-budget.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be
Comments