Termijn voor het indienen van facturen

De aanvrager heeft wettelijk één jaar (te rekenen vanaf de factuurdatum) om de factuur op te sturen. Indien op de datum van de factuur de beslissing nog niet is betekend, moet de factuur bezorgd worden binnen één jaar vanaf de beslissingsdatum. 

Bij het laattijdig indienen van facturen gelden de principes van redelijkheid: "Binnen de grenzen van de discretionaire bevoegdheid mag men handelen. Gaat men die grenzen te buiten, dan handelt men kennelijk onredelijk". 
De beslissing van de administratie bij laattijdig indienen van facturen dient dus steeds de redelijkheidstoets of de toets van het gezond verstand te doorstaan. Wanneer de "sanctie" of het gevolg voor de persoon met handicap niet in overeenstemming is met de inbreuk op, of het niet correct naleven van een administratieve voorwaarde, spreekt men van een onredelijke beslissing.  Een juridische term die enigszins verband houdt met het redelijkheidsprincipe, is “overmacht”. Redelijkheid laat meer ruimte toe dan overmacht. Van overmacht kan er slechts sprake zijn indien het feit dat als overmacht wordt ingeroepen plaatsvindt "buiten de wil om van de persoon" die de overmacht inroept en waar die persoon onmogelijk aan kon verhelpen. "Overmacht" wordt trouwens hoofdzakelijk gehanteerd in regelgeving waarin er uitdrukkelijk en duidelijk sancties (zoals geldboetes) worden vermeld bij het niet naleven van de reglementaire voorwaarden. Doordat de IMB-reglementering geen sanctie vermeldt voor het overschrijden van de termijn waarbinnen facturen moeten ingediend worden (laattijdigheid), zijn de meeste rechtbanken het er over eens dat het algemeen beginsel "redelijkheid" en niet "overmacht" moet worden toegepast. 

De in de reglementering vastgestelde termijn voor het indienen van de facturen wordt beschouwd als een redelijke termijn waaraan de persoon met een handicap zich dient aan te houden. Een afwijking kan evenwel toegestaan worden mits een grondige motivatie (bv. ziekenhuisopname) en indien het niet vergoeden van de kosten gelet op het uitzonderlijk karakter van het dossier door de administratie zelf als onredelijk wordt ervaren. 

Besluit
Na consultatie van de juridische dienst, die bevestigt dat in een recent dossier het arbeidshof de administratie de beginselen van goed bestuur hierin vraagt toe te passen, kan er mits een grondige motivatie en op basis van het redelijkheidsbeginsel (en het zgn. proportionaliteitsbeginsel) door de administratie van het VAPH afgeweken worden van de indieningstermijn voor facturen. De afwijkingen worden systematisch door de provinciale afdelingen geïnventariseerd.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be

Comments