Aanvraag volgens artikel 6 bis

1.Aanvraag hulpmiddelen - aanvraag verplaatsings- en verblijfskosten gewoon onderwijs (W1)

Juridische basis

  • Artikel 6 bis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
  • Artikel 2 § 2 bis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. 
In sommige situaties is het niet noodzakelijk om al de stappen van de Aanvraag volgens gewone procedure  te doorlopen en kan er een andere procedure gevolgd worden. Als de betrokkene beschikt over een attest waaruit duidelijk blijkt dat een andere instantie zijn handicap reeds heeft vastgesteld, dan kan hij beroep doen op de versnelde procedure. Concreet betekent dit dat het VAPH zich niet meer moet uitspreken over de erkenning als persoon met een handicap, maar de persoon op basis van een attest automatisch zal erkennen als persoon met een handicap. Het dossier zal voor de afhandeling van de aanvraag wel voorgelegd worden aan de provinciale evalutiecommissie, maar de provinciale evaluatiecommissie zal betrokkene automatisch erkennen als een persoon met een handicap. De provinciale evaluatiecommissie zal enkel de noodzaak van de gevraagde ondersteuning beoordelen (toekenning interventieniveau/functiebeperking).

Indien de toepassing van de procedure artikel 6 bis gewenst is, moeten naast de aanvraagformulieren die bij een gewone aanvraag worden ingediend,  ook de vereiste attesten toegevoegd worden. Indien de attesten ontbreken, zullen deze niet actief worden opgevraagd door het VAPH en zal de gewone procedure in gang worden gezet. 

2. Aanvraag Persoonsvolgend budget 

Juridische basis 

  • Artikel 16 § 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget. 
  • Artikel 2 § 2 bis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Ook bij een aanvraag voor een Persoonsvolgend budget kan in sommige situaties de toepassing van de versnelde procedure gevraagd worden. Bij deze aanvraag betekent dit concreet dat indien betrokkene nog niet erkend was als persoon met een handicap door het VAPH maar betrokkene wel beschikt over een attest waaruit blijkt dat een andere instantie zijn  handicap reeds heeft vastgesteld,  het VAPH zich niet meer moet uitspreken over de erkenning als persoon met een handicap. De persoon zal dus op basis van het ingediende attest door het VAPH automatisch erkend worden als persoon met een handicap. Het dossier zal ingevolge de toepassing van de versnelde procedure in het kader van een aanvraag voor een persoonsvolgend budget dan ook niet voorgelegd worden aan de provinciale evaluatiecommissie. 

Indien de toepassing van de versnelde procedure gewenst is, moeten naast de noodzakelijke aanvraagformulieren ook de vereiste attesten toegevoegd worden. Indien de attesten ontbreken, zullen deze niet actief worden opgevraagd door het VAPH.  

3.Welke attesten komen in aanmerking?

Juridische basis 

  • Artikel 2 § 2 bis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

  Attest van recht op een integratietegemoetkoming

Een attest dat aangeeft dat er een graad van zelfredzaamheid van ten minste 12 punten werd vastgesteld, of categorie 3, 4 of 5 werd toegekend. Indien de geldigheid van dit attest beperkt is in tijd, (bv. bij chronisch vermoeidheidssyndroom), dan kan de beslissing van het VAPH in het kader van een IMB vraag eveneens beperkt worden in tijd.

Momenteel worden deze attesten op papier aangeleverd. Het is de bedoeling op termijn zelf te kunnen nagaan (elektronisch) bij de FOD Sociale Zekerheid of iemand in aanmerking komt of niet. Dit maakt het eenvoudiger voor de persoon met een handicap. De machtigingsaanvraag hiervoor is lopende. In een overgangsfase wordt een screenshot uit het elektronisch dossier bij de FOD Sociale Zekerheid als bewijsmateriaal aanvaard.

  Attest van recht op bijkomende kinderbijslag 

Een attest dat aangeeft dat er minstens 4 punten zijn verkregen bij de evaluatie van de zelfredzaamheid (KB van 3 mei 1991) of een attest dat aangeeft dat men een score heeft van ten minste 18 punten op de medisch-sociale -schaal (KB van 28 maart 2003). 

  Attest waaruit blijkt dat de betrokkene verlengd minderjarig of onbekwaam verklaard is.

 Attest van het buitengewoon onderwijs

Een verklaring of attest van de laatst bezochte buitengewone onderwijsinstelling (buitengewoon kleuteronderwijs, buitengewoon lager onderwijs (type 2, 4 ,5, 6 of 7) of buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 1 en 2) of een kopie van het inschrijvingsverslag. Beide documenten kunnen gebruikt worden tot de leeftijd van 25 jaar.




Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be
Comments