De heroverwegingscommissie (HOC)

Wanneer de aanvrager niet akkoord gaat met het "voornemen tot beslissing" kan er een verzoek tot heroverweging ingediend worden bij de Adviescommissie, ook wel gekend onder de naam “Heroverwegingscommissie”. De heroverwegingscommissie (HOC) zetelt te Brussel en bestaat uit verschillende kamers. De HOC behandelt alle dossiers, los van in welke provincie betrokkene gedomicilieerd is.  

1. Samenstelling van de HOC

In de heroverwegingscommissie zetelen naast een ambtenaar van het VAPH, professionele deskundigen en minstens één ervaringsdeskundige. Deze leden hebben minstens vijf jaar ervaring binnen de gehandicaptensector. In elke kamer van de HOC zijn de verschillende specialisaties aanwezig, zodat alle vragen deskundig kunnen beoordeeld worden.

2. Wanneer wordt een aanvraag overgemaakt aan de HOC ?

Binnen de 30 dagen na ontvangst van het voornemen tot beslissing, stuurt de betrokkene het "verzoek tot heroverweging" (document dat werd meegestuurd met het voornemen) aangetekend naar de Provinciale kantoren van het VAPH. Het dossier wordt door het Provinciaal kantoor voor advies overgemaakt aan de HOC op vraag van de persoon die ondersteuning nodig heeft. 

In het verzoekschrift is er de mogelijkheid te motiveren waarom betrokkene niet akkoord gaat met het voornemen tot beslissing van het VAPH (eventueel gestaafd door bijkomende verslaggeving) en of betrokkene gehoord wil worden door de HOC.

Indien betrokkene het verzoekschrift niet aangetekend verstuurt en/of geen motivering geeft, kan de HOC oordelen het dossier toch in heroverweging te nemen, het is dus geen strikte ontvankelijkheidsvoorwaarde. Het feit dat hij geen motivering geeft, is evenwel een gemiste kans.

Reageert betrokkene binnen de 30 dagen niet op het voornemen van beslissing, dan wordt het voornemen automatisch omgezet naar een definitieve beslissing.

3. Werkwijze van de HOC 

De persoon wordt door het secretariaat van de HOC (Brussel) ingelicht over de datum en het tijdstip van de bespreking van zijn dossier. Hij/zij kan zich tijdens deze zitting laten bijstaan door iemand naar keuze. Indien de betrokkene niet aanwezig kan zijn, kan hij zich laten vertegenwoordigen. Deze vertegenwoordiging moet gestaafd worden door een volmacht. De aanwezigheid of vertegenwoordiging is echter niet verplicht. 

Indien betrokkene wil gehoord worden, zal hij binnen de 60 dagen na ontvangst van het voornemen uitgenodigd worden voor de zitting van de adviescommissie. Nadat betrokkene gehoord werd, brengt de heroverwegingscommissie binnen de 30 dagen een advies uit. Kiest betrokkene er niet voor om gehoord te worden, dan zal de adviescommissie binnen de 90 dagen na ontvangst van het verzoek tot heroverweging een advies uit brengen. Op basis van dit advies wordt door de administratie (Provinciaal Kantoor) een definitieve beslissing opgemaakt. Na de heroverweging kan zowel een positieve als een negatieve beslissing volgen. 

4. Beslissing van de HOC

4.1. De aanvrager is nog niet erkend als persoon met een handicap


Indien de aanvrager door de PEC niet erkend wordt als persoon met een handicap, kan hij/zij een verzoek tot heroverweging indienen bij de HOC. In het verzoekschrift zal betrokkene moeten motiveren waarom hij niet akkoord gaat. Er kunnen eventueel bijkomende documenten worden ingediend.

Indien betrokkene een aanvraag indiende voor een persoonsvolgend budget, zal de heroverwegingscommissie een advies geven over een aantal elementen van de aanvraag (handicap, budgetcategorie). 

Betreft het een aanvraag voor individuele materiële bijstand, dan zal de heroverwegingscommissie een advies geven over de erkenning als persoon met een handicap, het al dan niet toekennen van het gevraagde interventieniveau, de functiebeperking en het gevraagde hulpmiddel.

4.2. De aanvrager is erkend als persoon met een handicap

4.2.1 'Voornemen persoonsvolgend budget (PVB)'


Nadat beslist werd dat de aanvrager erkend wordt als persoon met een handicap en de aanvraag door de administratie verder werd afgehandeld, zal betrokkene altijd een voornemen van beslissing ontvangen met de volgende elementen :
- de toewijzing van het budget;
- de budgetcategorie;
- de prioritering.

4.2.1.1 Toewijzing van het budget
Op basis van de vraag  en het resultaat van de “Objectivering van de ondersteuningsnood” (document opgemaakt door een erkend MDT) wordt bepaald of betrokkene al dan niet in aanmerking komt voor een persoonsvolgend budget.

Wanneer de administratie op basis van de beschikbare gegevens van het MDT vaststelt dat de ondersteuningsnood van betrokkene onvoldoende groot is om in aanmerking te komen voor een persoonsvolgend budget , zal dit aan betrokkene meegedeeld worden in een voornemen.  
Bij de heroverweging zal de HOC nagaan of de objectivering van de ondersteuningsnood correct is verlopen volgens de regels van het Ministerieel besluit. Besluit de HOC dat dit niet het geval is, dan kan zij adviseren om de ondersteuningsnood van betrokkene opnieuw te laten objectiveren door een ander multidisciplinair team. Als de ondersteuningsnood opnieuw geobjectiveerd wordt, dan wordt de toewijzing van een budget definitief bepaald op basis van deze tweede objectivering. 

4.2.1.2 De budgetcategorie
De nood aan ondersteuning kan door het MDT geobjectiveerd worden aan de hand van een beschrijving, eventueel onderbouwd door schalen, of aan de hand van een zorgzwaarte-instrument. Het MDT bepaalt op basis van alle verzamelde informatie op welke manier de objectivering gebeurt. De budgetcategorie wordt bepaald op basis van de vraag (eindschets ondersteuningsplan) en de objectivering van de ondersteuningsnood.

Wanneer betrokkene niet akkoord gaat met de vooropgestelde budgetcategorie, kan hij hiervoor een verzoek tot heroverweging indienen. De HOC zal nagaan of de objectivering van de ondersteuningsnood gebeurd is conform de richtlijnen. Concludeert de HOC dat dit niet het geval is, dan kan zij adviseren de objectivering opnieuw te laten uitvoeren door een ander MDT. 

Als de ondersteuningsnood opnieuw geobjectiveerd wordt, dan wordt de budgetcategorie definitief vastgelegd op basis van deze tweede objectivering. 

4.2.1.3 De prioritering 

Op basis van de “Checklist prioritering” zal de regionale prioriteitencommissie beslissen tot welke prioriteitengroep de aanvrager behoort (prioriteitengroep 1,2 of 3). Wanneer heroverweging gevraagd wordt, zal de HOC op basis van deze vragenlijst advies geven over de prioriteit. 


Wanneer bij een aanvraag naar een persoonsvolgend budget "maatschappelijke noodzaak" wordt ingeroepen, zal het multidisciplinaire team het ernstig misbruik of de ernstige verwaarlozing aantonen in de 'checklist prioritering'. De regionale prioriteitencommissie  zal beslissen of de maatschappelijke noodzaak al dan niet kan ingeroepen worden. Wordt de maatschappelijke noodzaak niet erkend dan zal dit in het voornemen tot beslissing vermeld worden.
Wanneer heroverweging wordt gevraagd over het erkennen van de maatschappelijke noodzaak, zal de HOC op basis van de beschikbare documenten een advies uit brengen.


4.2.2 'Voornemen persoonsvolgend budget via spoedprocedure'

De aanvrager kan aan de hand van een medisch attest een aanvraag spoedprocedure indienen via de Aanvraag spoedprocedure. Als het agentschap vaststelt dat niet voldaan is aan de criteria voor een spoedprocedure, zal betrokkene een voornemen ontvangen. Indien de aanvrager hiermee niet akkoord gaat, kan hij een verzoek tot heroverweging indienen.

Op basis van het medisch attest en eventueel bijkomende documenten zal de heroverwegingscommissie het advies geven dat betrokkene voldoet aan de gestelde voorwaarden voor het indienen van een aanvraag persoonsvolgend budget volgens de spoedprocedure. De Commissie kan ook het advies geven/bevestigen dat voor het persoonsvolgend budget de gewone procedure moet gevolgd worden.

4.2.3 'Voornemen persoonsvolgend budget via noodsituatie'


De aanvrager kan aan de hand van een vragenlijst een aanvraag indienen voor de erkenning van zijn situatie als noodsituatie (Aanvraag noodsituatie). Als het agentschap oordeelt dat de aanvrager niet voldoet aan de criteria noodsituatie, ontvangt betrokkene hiervoor een voornemen.
De heroverwegingscommissie zal advies geven op basis van de beschikbare gegevens  of de aanvraag al dan niet beantwoordt aan de criteria van de definitie noodsituatie, zoals beschreven in artikel 30 van het Besluit Vlaamse Regering van 27 november 2015.  

4.2.4 'Voornemen persoonsvolgend budget na noodsituatie'


De aanvrager kan na toekenning noodsituatie een aanvraag indienen voor toekenning  PVB na noodsituatie (Aanvraag PVB na noodsituatie). Als het agentschap oordeelt dat de noodsituatie echter tijdelijk van aard was en de toegekende ondersteuning in het kader van noodsituatie stopt na 22 weken (en betrokkene bijgevolg geen 'PVB na noodsituatie' zal ontvangen), ontvangt betrokkene hiervan een voornemen. 

De heroverwegingscommissie zal advies geven op basis van de beschikbare gegevens of de noodsituatie al dan niet tijdelijk van aard was en betrokkene al dan niet in aanmerking komt voor een PVB na noodsituatie. 

4.2.5 'Voornemen individuele materiële bijstand (hulpmiddelen)'


Wanneer men oordeelt dat het gevraagde interventieniveau, de functiebeperking en het gevraagde hulpmiddel niet kunnen toegekend worden, ontvangt betrokkene een verzoek tot heroverweging. In het verzoekschrift zal betrokkene moeten motiveren waarom hij niet akkoord gaat. Er kunnen eventueel bijkomende documenten worden ingediend. Bij de bespreking van dit verzoek tot heroverweging, kan de HOC het advies geven om de eerder genomen beslissing in zijn geheel of gedeeltelijk te volgen. 

De HOC kan adviseren om :
- de gevraagde functiebeperking, interventieniveau en het hulpmiddel toe te kennen
- de functiebeperking toe te kennen, maar een ander interventieniveau en het gevraagde hulpmiddel of een passend alternatief
Men kan bijvoorbeeld oordelen dat aanvulling onderste ledematen volstaat in de situatie van betrokkene, terwijl vervanging onderste ledematen werd gevraagd.
- het dossier door te verwijzen naar de Bijzondere bijstandscommissie (BBC) 
Wanneer de HOC oordeelt dat het gevraagde hulpmiddel / aanpassing voldoet aan de voorwaarden van het IMB-besluit voor voorlegging aan de BBC dan zal men adviseren om de vraag voor te leggen aan de BBC. 
- het hulpmiddel toe te kennen op basis van de procedure volgens artikel 16 van het IMB-besluit
Dit advies zal gegeven worden indien men van oordeel is dat betrokkene nood heeft aan het gevraagde hulpmiddel, maar niet in aanmerking komt voor het interventieniveau en de functiebeperking waaronder dit hulpmiddel is opgenomen in de refertelijst.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be

Comments