Datum toewijzing/datum aanvraag

Juridische basis

  • Artikel 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. 
  • Artikel 5 van het Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.
  • Artikel 16/2 en artikel 3 - Bijlage II van het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap. 

1. De datum van toewijzing/datum van aanvraag 

In de beslissingsbrief waarin staat van welke ondersteuning de persoon met een handicap gebruik kan maken, staat ook steeds de datum vanaf wanneer dit kan of voor welke periode. Binnen het VAPH gebruikt men hiervoor, in overeenstemming met het begrippenkader van het oprichtingsdecreet van het VAPH, o.m. de term toewijzing (vroeger ‘tenlasteneming’). De datum van toewijzing/datum aanvraag is belangrijk bij het bepalen van de geldigheidstermijn van de ondersteuning. 
Bij een aanvraag voor een persoonsvolgend budget zal de aanvraagdatum bepalend zijn voor de plaats binnen de toegekende prioriteitengroep.  

2. Bepaling van de datum van toewijzing/datum aanvraag 

De datum van toewijzing/aanvraag is meestal afhankelijk van het tijdstip waarom het dossier 'volledig' is. Afhankelijk van de vorm van ondersteuning die wordt gevraagd wordt deze als volgt bepaald: 


2.1. Aanvraag voor hulpmiddelen / aanpassingen 

De datum van toewijzing is de eerste dag van de kalendermaand waarin het aanvraagdocument (aanvraagformulier voor hulpmiddelen en aanpassingen, brief, …) wordt ingediend, op voorwaarde dat de aanvraag binnen de 6 maanden wordt vervolledigd met de noodzakelijke documenten (het MDV met de noodzakelijke modules, .... ). Komen deze gegevens later toe, dan wordt de datum van toewijzing de eerste dag van de maand waarin het ontbrekende wordt ingediend. 

Voor de bepaling van de datum van indiening geldt bij papieren documenten de poststempel of de datum van het ontvangstbewijs, in geval van afgifte. Valt deze datum op een maandag dan wordt de datum van de daar onmiddellijk aan voorafgaande zaterdag beschouwd als datum van indiening. Bij elektronische documenten is het de datum van verzending. De procedure voor het bepalen van de datum van toewijzing is identiek bij een eerste of een volgende aanvraag. 

Uitzonderingen 

  Datum van toewijzing bij de aanvraag van een incontinentieforfait 

De  algemene procedure voor bepaling van de datum van toewijzing via artikel 11 van het BVR 24 juli 1991 is niet van toepassing bij het incontinentieforfait. 

De beslissing over de toekenning van een refertebedrag voor incontinentiemateriaal, geldt vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag volledig is. Van zodra de nodige documenten worden ingediend, is het dossier volledig, ongeacht of er nog bijkomende informatie wordt gevraagd door de arts van het Provinciaal kantoor (artikel 16/2 van het Besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap). 

  Datum van toewijzing bij de aanvraag van een mobiliteitshulpmiddel

De algemene procedure voor het bepalen van de datum van toewijzing is bij de aanvraag van een mobiliteitshulpmiddel met een RIZIV-bundel niet van toepassing. 

De datumstempel op de RIZIV-bundel, of bij het ontbreken hiervan de beslissingsdatum van de adviserend geneesheer, wordt in dit geval beschouwd als de datum van toewijzing bij het VAPH (artikel 3 van Bijlage II bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap). 

  Datum van toewijzing bij de aanvraag van een tolk voor doven en slechthorenden

De toekenning van tolkuren van een tolk voor doven en slechthorenden gebeurt volgens de bepalingen in het Besluit van de Vlaamse Regering  van 20 juli 1994 en niet via het IMB-besluit, een aanvraag tolkuren van een tolk voor doven en slechthorenden wordt dus niet beschouwd als een IMB-vraag. Iemand die al erkend is als persoon met een handicap en voor het eerst een aanvraag doet voor tolkuren van een tolk voor doven en slechthorenden, moet aantonen dat hij/zij voldoet aan de voorwaarden uit het besluit voor tolken voor doven en slechthorenden (audiogram). De datum van toewijzing is de eerste van de maand waarin het betreffende document werd ingediend.

   Datum van toewijzing bij een aanvraag van een minderjarige

  • De minderjarige stelt een allereerste vraag en was voordien nog niet erkend als persoon met een handicap. 

De datum van toewijzing is de datum van ontvankelijkheid bij de Intersectorale toegangspoort.

Opgelet! Bij de aanvraag van een incontinentieforfait wordt de datum van toewijzing de eerste dag van de maand waarin de aanvraag werd ingediend bij de intersectorale toegangspoort, dit geldt eveneens voor de aanvraag van een tolk voor doven en slechthorenden. Bij de aanvraag van een mobiliteitshulpmiddel is de datumstempel op de RIZIV-bundel, of bij het ontbreken hiervan de beslissingsdatum van de adviserend geneesheer de datum van toewijzing.
  • De minderjarige is reeds erkend als persoon met een handicap door de Intersectorale toegangspoort, maar stelt voor het eerst een vraag IMB en/of W1
De datum van toewijzing is de datum van ontvankelijkheid bij de Intersectorale toegangspoort.
Opgelet! Aanvraag incontinentieforfait, mobiliteitshulpmiddel en tolk voor doven en slechthorenden (zie hierboven).
  • De minderjarige is reeds erkend als persoon met een handicap door het VAPH en vraagt voor het éérst IMB
De datum van toewijzing is afhankelijk van het tijdstip waarop het dossier volledig is. De datum van toewijzing is de eerste dag van de kalendermaand waarin het aanvraagdocument (aanvraagformulier, brief, …) werd ingediend, op voorwaarde dat de aanvraag binnen de 6 maanden wordt vervolledigd met de noodzakelijke documenten. Komen deze gegevens later toe, dan wordt de datum van toewijzing de eerste dag van de maand waarin het ontbrekende wordt ingediend.

2.2. Aanvraag voor persoonsvolgend budget (PVB) 

De datum van de aanvraag is de datum waarop het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan het agentschap wordt bezorgd op voorwaarde dat er binnen vijf maanden een multidisciplinair verslag wordt ingediend. Als het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt bezorgd door de aanvrager zelf, geldt bijkomend de voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt goedgekeurd door het agentschap. In dat geval vangt de termijn waar het multidisciplinair verslag moet worden ingediend, aan op de datum van de goedkeuring.

Als het agentschap aan de aanvrager heeft gevraagd het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan te passen als vermeld in artikel 10, eerste lid, blijft de datum waarop het initiële ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering is bezorgd, de datum van de aanvraag, op voorwaarde dat de aanpassingen worden bezorgd binnen drie maanden vanaf de datum waarop het agentschap heeft meegedeeld dat de praktische regels, vermeld in artikel 9, tweede lid, niet geheel werden gevolgd, en op voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt goedgekeurd.

Als het multidisciplinaire verslag niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt bezorgd, is de datum van de aanvraag de laatste dag van de termijn waar het multidisciplinaire verslag moest worden bezorgd.

Als de aanpassingen, vermeld in artikel 10, niet binnen drie maanden worden bezorgd, is de datum van de aanvraag de datum waarop de aanpassingen worden bezorgd, op voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt goedgekeurd.

Als de aanvrager of het multidisciplinaire team aantoont dat het multidisciplinaire verslag niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, kan worden bezorgd als gevolg van overmacht, blijft de datum van de aanvraag de datum waarop het ondersteuningsplan wordt bezorgd door de dienst Ondersteuningsplan of door de persoon met een handicap, op voorwaarde dat het ondersteuningsplan wordt goedgekeurd door het agentschap.

Als de aanvrager de aanpassingen aan het ondersteuningsplan die het agentschap heeft gevraagd conform artikel 10, eerste lid, niet aan het agentschap bezorgt binnen de periode van drie maanden vermeld in het tweede lid van paragraaf 1, kent het agentschap een nieuwe periode van drie maanden toe om de gevraagde aanpassingen te bezorgen. Als de aanpassingen niet worden bezorgd binnen de nieuwe periode van drie maanden, wordt de aanvraag stopgezet.

Als het multidisciplinair verslag niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid van paragraaf 1, wordt bezorgd kent het agentschap een nieuwe termijn van vijf maanden toe om het multidisciplinair verslag te bezorgen. Als het multidisciplinair verslag niet wordt bezorgd binnen de voormelde nieuwe termijn van vijf maanden, wordt de aanvraag stopgezet.

Voor de toepassing van dit artikel is de datum waarop het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt bezorgd aan het agentschap, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, of de datum waarop de aanpassingen worden bezorgd, vermeld in paragraaf 1, tweede en vierde lid, de datum van de poststempel of de datum waarop het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering of de aanpassingen elektronisch worden verstuurd. 



Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be
Comments