Datum tussenkomst in de kosten/ter beschikking stelling

1. Hulpmiddelen en/of aanpassingen

Juridische basis 

Artikel 23 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap. 


Indien de persoon met een handicap voor het eerst een aanvraag doet voor hulpmiddelen en/of aanpassingen, komen facturen van één jaar voor de datum van toewijzing in aanmerking om terugbetaald te worden. 

Voor volgende aanvragen komen facturen van één maand voor de datum van toewijzing in aanmerking voor terugbetaling. 

  • Uitzonderingen

Eerste aanvragen IMB van een minderjarige via de toegangspoort 

Voor minderjarigen die zich voor een eerste aanvraag IMB moeten aanmelden bij de toegangspoort, is de datum van toewijzing gelijk aan de datum van ontvankelijkheid bij de toegangspoort. 

Facturen van 18 maand voor deze ontvankelijkheidsdatum komen in aanmerking voor terugbetaling. 


Het incontinentieforfait 

Het incontinentieforfait beoogt niet reeds gemaakte kosten te vergoeden maar wel een forfaitaire tegemoetkoming te verlenen in de doorgaans permanente kosten van aankoop van incontinentiemateriaal. De kosten moeten dus ook niet bewezen worden aan de hand van facturen, uiteraard komen in dit geval facturen van voor de datum van toewijzing niet in aanmerking voor terugbetaling. 

Dezelfde werkwijze geldt voor minderjarigen. 

· Voorbeeld :
Incontinentieforfait = eerste vraag IMB maar aangezien het om een forfait gaat, worden er geen facturen ingediend en kan men in de praktijk dus ook niet 1 jaar terug gaan. 


Eerste aanvraag =  mobiliteitshulpmiddel 

De aanvraag (RIZIV-bundel) wordt rechtstreeks door het RIZIV aan het VAPH bezorgd. Voor deze aanvragen wordt geen jaar teruggegaan voor de uitbetaling van facturen. 

Voorbeeld :
Mobiliteitshulpmiddel = eerste vraag IMB
Facturen zijn betaalbaar vanaf de datum RIZIV-bundel. 


Eerste aanvraag voor een minderjarige = mobiliteitshulpmiddel 

RIZIV-bundel wordt samen met het A-document ingediend bij de Intersectorale Toegangspoort. Na de toekenning van de typemodule IMB wordt het dossier overgemaakt aan het VAPH. 

Facturen zijn betaalbaar vanaf de datum van de RIZIV-bundel, in dit geval wordt dus geen 18 maanden teruggegaan voor de uitbetaling van facturen. 


Eerste aanvraag = aanvraag tolkuren
Aangezien een aanvraag voor tolkuren niet beschouwd wordt als een aanvraag IMB, worden ook de principes voor de bepaling van de datum van toewijzing en uitbetaling van facturen bij aanvragen voor tolkuren niet toegepast. 

Bij de aanvraag van tolkuren wordt een goedkeuring verleend vanaf de eerste van de maand waarin de aanvraag werd ingediend = datum van toewijzing. Facturen voor tolkuren komen in aanmerking voor terugbetaling vanaf deze datum van toewijzing. 

Eerste aanvraag voor een minderjarige = aanvraag tolkuren 

De aanvraag (A-document + audiogram) wordt ingediend bij de Intersectorale Toegangspoort. Na de toekenning van de typemodule “doventolken” wordt het dossier bezorgd aan het VAPH. 

Datum van toewijzing = datum ontvankelijkheid IJH. Facturen zijn terug betaalbaar vanaf de datum van toewijzing, voor het uitbetalen van facturen keren we dus geen 18 maanden terug. 

  • Wat is een eerste of volgende vraag IMB?

De eerste vraag is onontvankelijk 

Indien de eerste vraag voor hulpmiddelen en/of aanpassingen onontvankelijk wordt verklaard, bijvoorbeeld omwille van de verblijfsvoorwaarden, wordt de eerste daaropvolgende ontvankelijke vraag beschouwd als “eerste aanvraag”. 

Voor deze aanvraag IMB, komen facturen van één jaar voor de datum van toewijzing in aanmerking voor terugbetaling. 

De eerste vraag IMB = mobiliteitshulpmiddel 

Aangezien sommige personen met een handicap niet op de hoogte zijn dat een aanvraag bij het VAPH werd ingediend, wordt de aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel nooit als eerste aanvraag beschouwd. 

Indien voor de aanvraag van het mobiliteitshulpmiddel nog geen vraag IMB werd gesteld, wordt de IMB-vraag volgend op de vraag naar een mobiliteitshulpmiddel beschouwd als de eerste vraag IMB. Dit heeft tot gevolg dat voor deze aanvraag één jaar kan teruggegaan worden voor de terugbetaling van facturen. 


De eerste vraag van een minderjarige = mobiliteitshulpmiddel 

Indien de vraag voor een mobiliteitshulpmiddel de eerste vraag IMB is, wordt door de Integrale Toegangspoort de typemodule IMB toegekend. De daaropvolgende aanvraag IMB, moet dus rechtstreeks bij het VAPH ingediend worden. Deze vraag wordt beschouwd als eerste vraag IMB. Dit betekent dat facturen van één jaar voor de datum van toewijzing in aanmerking komen voor terugbetaling. 


De eerste vraag IMB = vraag naar doventolk 

Aangezien een vraag voor een doventolk geen IMB-materie is, zal deze vraag ook in geen enkel geval bepalend zijn voor de terugbetaling van facturen bij een volgende vraag. Een vraag volgend op een vraag naar doventolken kan dus, als er niet eerder een vraag IMB werd gesteld, beschouwd worden als een eerste vraag IMB met als gevolg dat voor deze vraag één jaar kan teruggegaan worden voor de betaling van facturen. 


De eerste vraag van een minderjarige = vraag naar doventolk 

Wanneer de eerste vraag van een minderjarige een vraag naar tolkuren is, wordt de daaropvolgende aanvraag IMB ingediend bij de Integrale Toegangspoort (aangezien betrokkene nog geen typemodule IMB werd toegekend). In dit geval komen facturen van 18 maanden voor de datum van toewijzing (= ontvankelijkheid bij IJH) in aanmerking voor terugbetaling. 


Een eerste vraag IMB werd stopgezet 

Een eerste aanvraag IMB is volledig wanneer de documenten “aanvraag voor ondersteuning” en “multidisciplinair verslag”( + eventueel adviesrapport) zijn ingediend. 

Een vraag die wordt afgesloten vooraleer ze volledig is, wordt niet beschouwd als een eerste vraag IMB. De vraag volgend op deze vraag is dus een eerste vraag. Dit betekent dat bij deze vraag facturen van één jaar voor de datum van toewijzing in aanmerking komen voor betaling. 

Een eerste vraag IMB die volledig is (“aanvraag voor ondersteuning” en “multidisciplinair verslag met noodzakelijke modules” zijn ingediend) en toch wordt stopgezet, wordt beschouwd als een eerste vraag IMB. Een vraag IMB volgend op deze stopgezette vraag IMB is in alle gevallen een volgende vraag! Voor deze volgende vraag komen facturen in aanmerking tot één maand voor de datum van toewijzing. 


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar hulpmiddelen@vaph.be

2. Persoonsvolgend budget (PVB)


Een PVB is beschikbaar op drie manieren : 
  • cash 
           De persoon krijgt geld waarmee hij zelf de nodige ondersteuning organiseert of inkoopt en betaalt. Hij beheert het budget en legt zelf verantwoording af bij het VAPH.
  • voucher 
          De persoon koopt zijn ondersteuning in bij een zorgaanbieder die door het VAPH vergund is. Het VAPH betaalt de ondersteuning rechtstreeks aan de vergunde zorgaanbieder. De zorgaanbieder              legt verantwoording af aan het VAPH. 
  • combinatie van cash en voucher 
          De persoon krijgt en besteedt een deel van zijn persoonsvolgend budget cash, de rest spendeert hij met vouchers. 

Het VAPH stelt, binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting, de budgetten ter beschikking. 
Het is de bedoeling dat de eerste persoonsvolgende budgetten vanaf september 2016 uitbetaald worden. De datum van aanvraag en de toegekende prioriteit (toegekend door RPC) zijn bepalend voor het moment waarop een budget kan toegekend worden. 

Aanvankelijk zullen enkel personen die nieuw instromen een PVB krijgen (of ze nu van de wachtlijst komen of helemaal nieuw zijn). 
Tegen 2017 krijgen de mensen die vandaag al ondersteuning krijgen vanuit een VAPH-voorziening of via PAB, een persoonsvolgend budget toegekend. 


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be

BELANGRIJK  ! Indien er in bepaalde situaties nood is aan onmiddellijke ondersteuning, worden onmiddellijk middelen ter beschikking gesteld. 
Het gaat om de volgende situaties : 
- noodsituatie;
- spoedprocedure;
- maatschappelijke noodzaak;
- overgang minderjarigen-meerderjarigen.

In het geval van noodsituatie en spoedprocedure zullen er al middelen beschikbaar zijn vanaf 1 april 2016
Voor de twee andere dringende situaties (maatschappelijke noodzaak en overgang minderjarigen-meerderjarigen) worden vanaf 2017 stapsgewijs maatregelen ingevoerd. Hierover blijft u op de hoogte via onze website www.vaph.be. 

Voor meer informatie over deze situatie zie verder infowijzer - procedurele module Aanvraagprocedures en inhoudelijke module Automatische toekenningsgroepen

Comments