Vergoeding voor de multidisciplinaire teams


Het systeem van subsidiëring van de multidisciplinaire teams (MDT’s) die door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) worden erkend voor de opmaak van multidisciplinaire verslagen (MDV’s) werd met ingang van 1 januari 2016 aangepast.
Voorheen kregen de MDT’s een vergoeding toegekend per verslag. Mede met het oog op de invoering van persoonsvolgende financiering (PVF) werd dit financieringssysteem herdacht: de MDT’s worden vergoed volgens een modulair systeem dat de verschillende onderdelen of modules van het nieuwe MDV (zoals uitgedacht in kader van PVF) in rekening brengt.

Concreet gaat het om module A: objectivering van de handicap, module B: objectivering van de ondersteuningsnood in kader van persoonsvolgend budget (PVB), module C: invullen van de vragenlijst prioriteit voor een persoonsvolgend budget (PVB) en module D: de vaststelling van de ondersteuningsbehoeftes in het kader van Individuele Materiële Bijstand (IMB).


De nieuwe regelgeving trad in voege vanaf 1 januari 2016. Het nieuwe financieringssysteem heeft dus zowel betrekking op aanvragen vóór 1 april 2016 met inbegrip van het vroegere MDV als op aanvragen vanaf 1 april 2016 met inbegrip van het nieuwe MDV.

1. Overzicht vergoedingen


Hieronder volgt een beschrijving van de vergoedingen voor de onderdelen A tot en met D van een MDV volgens het nieuwe systeem (zie ook Tabel 1 voor de specifieke bedragen). De beschrijving wordt opgedeeld naar gelang de verschillende situaties van aanvragen.

 

1.   Een aanvraag tot erkenning als persoon met een handicap

2.   Volgende aanvragen

3.   Gecombineerde aanvragen

 

Tabel 1: Gedifferentieerde vergoeding multidisciplinaire verslagen

 

Onderdeel

Omschrijving

Vergoeding MDT

A

Objectivering handicap

€ 190,00

B

Objectivering ondersteuningsnood  : beschrijvend of ZZI  (bij ZIN/PAB (aanvraag voor 1 april 2016 ) en bij PVB (aanvraag vanaf 1 april 2016)  met inbegrip van een eventuele PAB-inschaling of ZZI)

€ 300,00

C

Invullen vragenlijst prioriteit PVB

€ 25,00

D

Adviesrapport - Vaststelling van de ondersteuningsbehoeftes in het kader van IMB

€ 335,00

1.1. Aanvraag tot erkenning als persoon met een handicap 

A. Objectivering handicap

In volgende situaties wordt een vergoeding van € 190 toegekend voor het aanleveren van module A:

1. Nog geen erkenning door het VAPH: Er wordt een aanvraag om ondersteuning ingediend (incl. module A) door een meerderjarige persoon die nog niet erkend werd door het VAPH.

2. Overgang minder- naar meerderjarigheid: Bij de overgang van minder- naar meerderjarigheid kan een persoon ná de leeftijd van 18 jaar voor de eerste keer een aanvraag doen bij het VAPH na afloop van een typemodule met betrekking tot handicap die werd toegekend door de intersectorale toegangspoort (ITP) voor minderjarigenzorg.
Ook in deze situatie moet de handicap door het VAPH formeel worden vastgesteld en wordt voor de module A een vergoeding van 190 € toegekend.

Uitzondering: Voor wie als minderjarige reeds erkend werd door het VAPH vóór ingang van IJH (maart 2014) en later als meerderjarige opnieuw een aanvraag indient bij het VAPH, kan module A niet opnieuw vergoed worden (tenzij de erkenning handicap van tijdelijke aard was, cf. aanvraag volgens artikel 8).

B. Objectivering ondersteuningsnood

Het aantonen van de nood aan ondersteuning moet naar gelang de ondersteuningsvraag op een andere wijze gebeuren. Voor een vraag naar ZIN (ingediend voor 1 april 2016) is een MDV nodig, voor een vraag naar PAB (ingediend voor 1 april 2016) een PAB-IV en bij een vraag naar een persoonsvolgend budget (ingediend vanaf 1 april 2016)  moet in het kader van PVF de objectivering gebeuren met een beschrijving of een ZZI. In elk van deze gevallen wordt voor het onderdeel objectivering van de nood aan ondersteuning het bedrag van de vergoeding vastgelegd op € 300.

C. Invullen vragenlijst prioriteit PVB

Sinds 1 april 2016 moet het MDT bij een vraag naar een persoonsvolgend budget,  in functie van prioritering,  de dringendheid van de vraag inschatten aan de hand van het invullen van een vragenlijst. Hiervoor krijgt het team een vergoeding van  € 25. Dit bedrag komt dan automatisch bovenop de vergoeding die gegeven wordt voor de opmaak van de overige noodzakelijke modules van een MDV.

D. Vaststelling van de ondersteuningsbehoeftes in het kader van IMB

Bij een eerste vraag naar IMB moet een gespecialiseerd MDV worden opgemaakt. Dit is een MDV opgemaakt door een MDT dat specifiek erkend is door het agentschap als gespecialiseerd MDT voor de toekenning van IMB. Bij dit MDV wordt ook apart een adviesrapport opgemaakt waarin specifiek de nood aan de gevraagde hulpmiddelen wordt gemotiveerd. In kader van PVF zal dit adviesrapport de vorm krijgen van 'Adviesrapport  (meer bepaald module D) met eventueel aangevuld 'globaal beeld'. Luidens het besluit ontvangt het MDT voor de opmaak van een gespecialiseerd MDV dezelfde vergoeding als voor de opmaak van een adviesrapport of een module D (nl. € 335).


1.2. Volgende aanvragen

Wat het onderdeel 'objectivering handicap (module A)' betreft gaat men ervan uit dat dit vaak statische gegevens zijn, wat wil zeggen dat de handicap en de stoornissen vaak éénmalig worden vastgesteld en in principe ook stabiel blijven (bv. verstandelijke handicap, diagnose autisme, … ). Bijgevolg is het principe dat de module A die handelt over handicap slechts éénmaal wordt vergoed en dat bij een volgende aanvraag geen financiering meer voor deze module wordt voorzien. Dit principe kan toegepast worden in volgende situaties:

1. P
ersoon werd als minderjarige al erkend door het VAPH: Als de minderjarige al werd erkend door het VAPH vóór ingang van Integrale Jeugdhulp (IJH, d.i. maart 2014) kan module A niet opnieuw worden vergoed als de persoon als meerderjarige opnieuw een aanvraag indient bij het VAPH (tenzij het VAPH slechts een tijdelijke beslissing nam met betrekking tot erkenning van de handicap).  

2. Wijziging in situatie n.a.v. erkende handicap: Een wijziging in de situatie zoals de verergering van de symptomen of het verwerven van bijkomende stoornissen en beperkingen die teruggaan naar de handicap waarvoor de persoon reeds door het VAPH werd erkend, volstaat niet om opnieuw vergoed te worden voor module A.

Voorbeeld: 
Een persoon met multiple sclerose (MS), motorische beperkingen en een verstoorde verplaatsingsfunctie waardoor hij nood heeft aan een manuele rolstoel (incl. onderhoud, herstelling of aanpassing) werd bij een eerste aanvraag erkend als persoon met een handicap. Twee jaar later volgt een nieuwe aanvraag voor een stemversterker n.a.v. het optreden van spraakstoornissen die eveneens het gevolg zijn van de eerder erkende MS. Ondanks een actualisatie van de module A voor de spraakstoornis, wordt in deze situatie geen nieuwe vergoeding van € 190 voorzien.

3. Wijziging in situatie n.a.v. nieuwe handicap: Bepaalde situaties vormen een uitzondering om opnieuw een vergoeding te geven voor het opmaken van module A bij een volgende aanvraag (zoals hierboven beschreven). Het betreft cliënten die een nieuwe aanvraag doen n.a.v. een nieuwe, bijkomende handicap die los staat van de handicap waarvoor hij/zij reeds door het VAPH werd erkend.

De nieuwe handicap kan het gevolg zijn van de ontwikkeling van een nieuwe, op zich zelf staande aandoening (bv. ziekte van Parkinson, MS,…) of het optreden van bijkomende beperkingen ten gevolge van een incident of accident (trauma). Een voor de hand liggend voorbeeld is het oplopen van een niet-aangeboren hersenaandoening (NAH) door een niet-traumatische oorzaak zoals infectie van het hersenweefsel of beroerte (bv. hersenbloeding) of door een traumatische oorzaak zoals een val of klap op het hoofd (bv. door een auto-ongeluk). Deze nieuwe handicap wordt geobjectiveerd aan de hand van een nieuwe diagnosestelling en vereist een grondige actualisatie van de module A.

Voorbeeld: 
Een MDT wordt vergoed voor de opmaak van module A voor een persoon die erkend wordt als persoon met een handicap n.a.v. een visuele stoornis. Een MDT wordt opnieuw vergoed voor de opmaak van een (nieuwe) module A voor diezelfde persoon indien hij n.a.v. bijkomende motorische beperkingen na confrontatie met een beroerte opnieuw een aanvraag indient bij het VAPH om in aanmerking te komen voor extra ondersteuning.

1.3. Gecombineerde aanvragen


Bij een gecombineerde aanvraag wordt de vergoeding voor het MDT beperkt tot de som van de vergoedingen van de desbetreffende onderdelen. Heel concreet betekent dit het volgende: Als een eerste vraag naar IMB wordt gesteld (waarvoor een gespecialiseerd MDV moet worden opgemaakt) samen met een vraag naar ZIN of PAB (mogelijk tot
1 april 2016) of persoonsvolgend budget (mogelijk vanaf 1 april 2016), dan krijgt het MDT € 335 voor de objectivering van de nood aan IMB (module D) en € 300 voor de objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning (module B). Ook hier geldt dat het MDT bijkomend € 190 euro ontvangt als de aanvrager nog niet erkend werd als persoon met een handicap bij het VAPH (module A). Bij dergelijke eerste aanvraag met een gecombineerde indicatiestelling (IMB en ZIN of IMB en PAB of IMB en PVB) vergoedt het VAPH het MDT wel slechts 1 maal voor module A omdat dit onderdeel gemeenschappelijk is bij zulk een gecombineerde aanvraag.

Tot 1 april 2016 (invoering PVF) zal een combinatie van ZIN en PAB (al dan niet gecombineerd met IMB) dubbel gesubsidieerd worden: enerzijds dient een MDV opgemaakt te worden voor de vraag ZIN, anderzijds dient een apart document (nl. het PAB-IV) opgemaakt te worden voor de vraag PAB.
In deze misschien eerder uitzonderlijke situatie, zal een MDT de vergoeding voor module B toch dubbel ontvangen (2 x € 300). Vanaf 1 april 2016, zal bij het in werking treden van het nieuwe basisdossier voor de aanvraag van een PVB onderdeel B (met inbegrip van een eventueel PAB-inschaling of ZZI) slechts eenmaal vergoed worden in dezelfde situatie. De dubbele subsidiëring zal vanaf dan wegvallen aangezien de PAB-inschaling geïntegreerd zal worden in Module B.

 

Tabel 1A: Overzicht combinaties tot 1 april 2016


Omzetting naar nieuwe modules

Euro

1. ZIN of PAB dossier bij VAPH

1.1. Aanvraag tot erkenning door het VAPH

indicatiestelling ZIN/PAB VAPH (ongeacht of men beschikt over een typemodule Handicap  toegekend door ITP)

A + B

€ 490

1.2. Volgende aanvraag VAPH van reeds door het VAPH erkende persoon

indicatiestelling ZIN/PAB t.g.v. bijkomende, nieuw verworven handicap

A + B

€ 490

indicatiestelling ZIN/PAB zonder bijkomende, nieuw verworven handicap

B

€ 300

2. IMB dossier bij VAPH

2.1. Aanvraag tot erkenning door het VAPH

indicatiestelling IMB (ongeacht of men beschikt over typemodule Handicap toegekend ITP en/of typemodule IMB)

A + D

€ 525

2.2. Volgende aanvraag VAPH van reeds door het VAPH erkende persoon

indicatiestelling IMB t.g.v. een bijkomende, nieuw verworven handicap

A + D

€ 525

indicatiestelling IMB zonder bijkomende, nieuw verworven handicap

D

€ 335

2.3. Herindicatiestellingen IMB voor personen jonger dan 18 jaar

indicatiestelling IMB t.g.v. een bijkomende, nieuw verworven handicap

A + D

€ 525

indicatiestelling IMB zonder bijkomende, nieuw verworven handicap

D

€ 335

 

 


Omzetting naar nieuwe modules

Euro

3. Gecombineerde vraag bij VAPH

1.1. Aanvraag tot erkenning door het VAPH of nieuwe indicatiestelling t.g.v. een nieuwe, bijkomende handicap

Gecombineerde indicatiestelling ZIN en PAB

A + B + B

€ 790

Gecombineerde indicatiestelling ZIN/PAB en IMB

A + B + D

€ 825

Gecombineerde indicatiestelling ZIN en PAB en IMB

A + B + B + D

€ 1.125

2.2. Volgende aanvraag VAPH van reeds door het VAPH erkende persoon

        én indicatiestelling zonder bijkomende, nieuw verworven handicap

Gecombineerde indicatiestelling ZIN en PAB

B + B

€ 600

Gecombineerde indicatiestelling ZIN/PAB en IMB

B + D

€ 635

Gecombineerde indicatiestelling ZIN en PAB en IMB

B + B + D

€ 935





 

 

Tabel 1B: Overzicht combinaties vanaf 1 april 2016

 

Vergoede onderdelen

Euro

1. ZIN of PAB dossier bij VAPH

1.1. Aanvraag tot erkenning door het VAPH

indicatiestelling PVB

(ongeacht of dat men beschikt over een typemodule Handicap toegekend door ITP)

A + B + C

€ 515

1.2. Volgende aanvraag VAPH van reeds door het VAPH erkende persoon

indicatiestelling PVB t.g.v. bijkomende, nieuw verworven handicap:

Indien nieuwe objectivering ondersteuningsnood en prioriteit

A + B + C

€ 515

indicatiestelling PVB (geen nieuwe handicap):

Indien nieuwe objectivering ondersteuningsnood en prioriteit

B + C

€ 325

Indien enkel herziening prioriteit

C

€ 25

2. IMB dossier bij VAPH

2.1. Aanvraag tot erkenning door het VAPH

indicatiestelling IMB

(ongeacht of men beschikt over een typemodule Handicap ITP en/of typemodule IMB)

A + D

€ 525

2.2. Volgende aanvraag VAPH van reeds door het VAPH erkende persoon

indicatiestelling IMB t.g.v. een bijkomende, nieuw verworven handicap

A + D

€ 525

indicatiestelling IMB (geen nieuwe handicap)

D

€ 335

2.3. Herindicatiestellingen IMB voor personen jonger dan 18 jaar

indicatiestelling IMB t.g.v. een bijkomende, nieuw verworven handicap

A + D

€ 525

indicatiestelling IMB (geen nieuwe handicap)

D

€ 335


Vergoede onderdelen

Euro

3. Gecombineerde vraag (IMB en PVB) bij VAPH

3.1. Aanvraag tot erkenning door het VAPH of nieuwe indicatiestelling t.g.v. een nieuwe, bijkomende handicap

Gecombineerde indicatiestelling PVB en IMB:

Indien (nieuwe) objectivering ondersteuningsnood en prioriteit

A + B + C + D

€ 850

3.2. Volgende aanvraag VAPH van reeds door het VAPH erkende persoon en nieuwe indicatiestelling zonder

       bijkomende, nieuw verworven handicap

Gecombineerde indicatiestelling PVB en IMB:

Indien nieuwe objectivering ondersteuningsnood en prioriteit

B + C + D

€ 660

Indien enkel herziening prioriteit

C + D

€ 360






2. Algemene voorwaarden voor het betalen van een verslag 


De MDT’s worden vergoed door het VAPH voor het opmaken van één of meerdere modules MDV indien aan de volgende voorwaarden voldaan is:

1. er is nood aan de ingediende modules MDV;

2. de modules MDV zijn duidelijk en volledig;

3. het team dient de schuldvordering in binnen het jaar na het bezorgen van het verslag;

4. de actuele vragen van de persoon met een handicap zijn zo veel mogelijk gebundeld.


Om een éénduidige toepassing van deze principes te bekomen wordt elk van deze voorwaarden nog verder verduidelijkt. 

2.1. Procedureel

Er was geen nood aan (al) de ingediende modules MDV om de vraag te beoordelen

Om hierin duidelijkheid te krijgen, is het uiterst belangrijk de situatie van betrokkene uit te klaren. Werd er al eerder een vraag tot ondersteuning ingediend bij het VAPH, heeft betrokkene reeds ondersteuning genoten, zo ja welke, …

Hieronder een aantal situaties waarin bepaalde modules van het MDV niet kunnen vergoed worden.

- Er is al een positieve beslissing voor het hulpmiddel en/of de aanpassing. 
Uitzondering ! Indien het gaat om een eerste vraag individuele materiële bijstand sinds 2002 zijn er wel modules MDV nodig.

- Het gaat enkel om een vraag naar onderhoud en/of herstel van een hulpmiddel dat reeds eerder werd toegekend.

- Persoon is reeds erkend als persoon met een handicap en heeft enkel een aanvraag voor het incontinentieforfait. Het incontinentieforfait kan aangevraagd worden met het formulier: “Aanvraag van een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal”.
http://www.vaph.be/vlafo/view/nl/589722-Formulieren.html

Uitzondering ! Er zijn wel modules MDV nodig indien het gaat om een allereerste aanvraag bij het VAPH of de eerste aanvraag individuele materiële bijstand sinds 2002.

- Persoon is reeds erkend als persoon met een handicap en heeft enkel een aanvraag voor de aankoop van een rolstoel, duwwagen of buggy. De aanvraag gebeurt via het RIZIV, de RIZIV-bundel volstaat.

Uitzondering ! Er zijn wel modules MDV nodig indien het gaat om een allereerste aanvraag bij het VAPH of de eerste aanvraag individuele materiële bijstand sinds 2002.

- Een aanvraag voor eenvoudige hulpmiddelen, refertebedrag tot € 375 (deze hulpmiddelen zijn op de refertelijst aangeduid met *). Deze hulpmiddelen kunnen aangevraagd worden met het formulier: “Vereenvoudigde aanvraag voor hulpmiddelen en aanpassingen”. 
http://www.vaph.be/vlafo/view/nl/589722-Formulieren.html

Uitzondering ! Er zijn wel  modules MDV nodig indien het gaat om een allereerste aanvraag bij het VAPH of de eerste aanvraag individuele materiële bijstand sinds 2002.

- De persoon met een handicap kreeg in het verleden reeds een positieve beslissing voor het hulpmiddel, maar de refertetermijn is ondertussen verstreken. Dergelijke aanvraag kan ook met het formulier: “Vereenvoudigde aanvraag voor hulpmiddelen en aanpassingen”. 

De vragen van de persoon zijn niet gebundeld

Het is als MDT belangrijk om samen met de aanvrager de behoeften en noden tot ondersteuning bij het VAPH zo goed mogelijk in kaart te brengen. Er moet gestreefd worden om vragen tot ondersteuning van het VAPH zo veel mogelijk te bundelen. Een nieuwe aanvraag op korte termijn moet zo veel mogelijk vermeden worden. Het VAPH betaalt in principe slechts één schuldvordering per jaar tenzij er zich ernstige wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van betrokkene die op het moment van de vorige vraag nog niet voorzien konden worden. In dergelijk geval is het belangrijk dit grondig te motiveren in het verslag (Welke veranderingen hebben zich voorgedaan? Welke invloed hebben die wijzigingen op de nood aan bijstand? Waarom kon deze vraag niet voorzien worden?, ...). Op basis van deze motivatie zal het Provinciaal kantoor oordelen over het al dan niet betalen van de schuldvordering.

Belangrijk ! Dit zal vanaf 1 april 2016 enkel nog van toepassing zijn indien het gaat om een ingediend (modulair) MDV met inbegrip van module B of D volgend op hetzelfde type ondersteuningsvraag (PVB of IMB) waarvoor reeds eerder de documenten werden aangeleverd. Indien het gaat om een nieuwe aanvraag voor het ander type van ondersteuningsvraag (een aanvraag PVB volgend op een eerder ingediende module D (aanvraag IMB) OF een aanvraag IMB volgend op een ingediende module B (aanvraag PVB)), kan er wél binnen het jaar een (nieuwe) vergoeding volgen voor de desbetreffende modules. Vanaf 1 januari 2016 gaat eenzelfde redenering ook reeds op voor aanvragen waarvoor het huidige dossier (A002, AR) nog gebruikt wordt maar nog niet het nieuwe, gemoduleerde basisdossier.

De vraag is niet ontvankelijk

- Een verslag voor een eerste aanvraag van iemand die ouder is dan 65 jaar en voordien nog niet bij het VAPH of zijn rechtsvoorgangers gekend was.

- Een verslag voor een meerderjarige die duidelijk niet aan de verblijfsvoorwaarden voldoet.

- Een verslag voor hulpmiddelen die door de regelgeving duidelijk uitgesloten zijn.

- Een verslag voor een vraag om ondersteuning waarvoor het VAPH niet bevoegd is bv. tewerkstelling.

- Een verslag voor een vraag om ondersteuning die door het VAPH expliciet is uitgesloten.

Schuldvordering is te laat

De schuldvordering moet binnen het jaar na het bezorgen van het verslag worden ingediend. Na het verstrijken van deze termijn zal de schuldvordering niet meer betaald worden.

2.2. Inhoudelijk

Module(s) MDV is/zijn onduidelijk en/of onvolledig

Het principe geldt dat betaald wordt voor het geleverde werk. Het betalen van een verslag hangt af van de kwaliteit van het verslag, ongeacht hoe de PEC zal beslissen over de vraag. In sommige gevallen vormen de verschillende modules één geheel, dit betekent dat pas kan betaald worden wanneer de modules die samen horen in orde zijn.

Een verslag kan om verschillende redenen onduidelijk of onvolledige beschouwd worden, zoals bijvoorbeeld het ontbreken van (actuele) diagnostische gegevens, onvoldoende zicht op de onderzochte alternatieven, onvoldoende motivering voor de gevraagde bijstand, …

De minimale kwaliteitseisen voor de teams geven duidelijk aan wat verwacht wordt van een kwalitatief, duidelijk en volledig verslag. 

Zie verder in deze infowijzer  Minimale kwaliteitseisen voor de Multidisciplinaire Teams  

Bij een onvolledig of onduidelijk verslag zal het team steeds gevraagd worden om verduidelijking en/of aanvulling van de noodzakelijke gegevens. Enkel wanneer deze informatie niet wordt aangeleverd of het verslag niet herwerkt wordt, zal beslist worden om de schuldvordering niet te betalen.

Wanneer het MDT kan aantonen dat het ontbreken van informatie niet aan hen ligt (omstandigheden buiten hun wil), kan het Provinciaal kantoor alsnog beslissen om de schuldvordering te betalen. 

2.3. Andere

Meerdere schuldvorderingen bij combinatie van PVB en IMB-vragen


Er moet gestreefd worden naar een integrale vraagbehandeling, waarbij het opsplitsen van vragen bij verschillende teams moet vermeden worden. Indien zowel een vraag persoonsvolgend budget als IMB aan de orde zijn, zal het verslag enkel kunnen opgemaakt worden door een team dat erkend is om beide vragen te behandelen. Een team dat niet alle vragen kan behandelen (geen erkenning voor IMB) heeft er alle baat bij om de persoon met een handicap indien nodig door te verwijzen naar een ander team. Er zal immers maar één schuldvordering betaald worden en in dergelijk geval zal enkel het team met de erkenning IMB vergoed worden. Dat team moet in principe beide vragen behandelen.

Indien teams ervoor kiezen om samen te werken en de vragen op te splitsen, zullen onderlinge afspraken moeten gemaakt worden over de betaling. Het VAPH zal slechts één team betalen. 

Een schuldvordering voor een identiek verslag dat al werd betaald

- Wanneer in het verslag nauwelijks iets gewijzigd is ten opzichte van het vorig verslag, zal de schuldvordering niet betaald worden. Er werd in principe geen bijkomend werk geleverd.

- Wanneer de advisering in module D werd overgenomen uit het verslag van een expert (dat ook door het VAPH wordt betaald), zal het team niet vergoed worden voor het opstellen van de module D. 

Twee verslagen voor éénzelfde vraag

Voor éénzelfde vraag twee verslagen indienen, behoort (praktisch gezien) niet meer tot de mogelijkheden. Een MDT kan immers geen verslag opmaken voor een persoon die reeds als klant is toegewezen aan een ander MDT.  Als team is het dan ook belangrijk om bij de persoon met een handicap steeds te informeren naar de eventueel lopende vragen bij andere teams. 

Verslagen met negatief advies die door het team bewust worden ingediend maar niet overeenstemmen met de vraag van betrokkene

Het is de taak van het team om de persoon met een handicap te informeren over alle mogelijkheden van ondersteuning die door het VAPH kan geboden worden. Indien de persoon met een handicap een onrealistische vraag stelt – wanneer het bijvoorbeeld duidelijk is dat betrokkene niet tot de doelgroep van het VAPH behoort – is het de taak van het team om betrokkene daarop te wijzen.

Enkel als de aanvrager erop staat dat de vraag wordt ingediend en er dus geen consensus is tussen de aanvrager en het team, wordt het verslag betaald. Het is wel noodzakelijk dat beide visies in het verslag duidelijk naar voor komen. 

Bij aanvulling of wijziging van de vraag tijdens een lopende procedure

Wanneer tijdens de lopende procedure bijkomende gegevens worden gevraagd, kan uiteraard slechts één betaling volgen. 



Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp?
Mail naar indicatiestelling@vaph.be

Comments