Ondertekenen aanvraagformulieren

1. Ondertekening van het aanvraagformulier hulpmiddelen en aanpassingen (aanvraag voor ondersteuning - voorheen A 001)


Juridische basis

artikels 2 en 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.


Om ontvankelijk te zijn, moet een aanvraag ondertekend zijn door de persoon met een handicap of door zijn wettelijke vertegenwoordiger. 

Ingeval de toestand van de persoon met een handicap hem niet toelaat de aanvraag te ondertekenen of indien de omstandigheden niet toelaten de handtekening van de wettelijke vertegenwoordiger van een persoon met een handicap te bekomen, wordt de aanvraag ondertekend door de burgemeester van de gemeente waar de persoon met een handicap zijn woonplaats of zijn vaste verblijfplaats heeft.

1.1 De persoon met een handicap is minderjarig (jonger dan 18 jaar)


Voor personen die minderjarig zijn op het moment van het indienen van een vraag tot ondersteuning, kan het aanvraagformulier ondertekend worden door:

· één van de ouders (= wettelijk vertegenwoordiger);

· de voogd, indien beide ouders overleden zijn, wettelijk onbekend zijn of in de voortdurende onmogelijkheid zijn om het ouderlijk gezag uit te oefenen. De aanstelling gebeurt met tussenkomst van de       vrederechter. Soms is de voogdij opgesplitst in een voogd over de goederen en een voogd over de persoon. (enkel laatste = wettelijk vertegenwoordiger);

· de minderjarige zelf, indien deze +15 jaar is én ontvoogd (van rechtswege door zijn huwelijk of na beslissing van de jeugdrechter);

· de provoogd (bij ontzetting uit de ouderlijke macht) (= wettelijk vertegenwoordiger) ;

· de burgemeester wanneer de toestand van de persoon met een handicap hem niet toelaat de aanvraag te ondertekenen of indien de omstandigheden niet toelaten de handtekening van de wettelijk         vertegenwoordiger van een persoon met een handicap te bekomen.

Belangrijk ! Een pleegouder is niet bevoegd om een aanvraag in te dienen waardoor de aanvraag niet geldig is wanneer deze persoon een aanvraag ondertekent. 

1.2 De persoon met een handicap is meerderjarig (+18 jaar)


Voor personen die meerderjarig zijn op het moment van het indienen van een vraag tot ondersteuning, kan het aanvraagformulier naar gelang van het geval ondertekend worden door:

· de persoon zelf; 

. de wettelijke vertegenwoordiger; 

. beiden;

zie verder infowijzer - Het begrip wettelijke vertegenwoordiger

· de burgemeester, wanneer de toestand van de persoon met een handicap hem niet toelaat de aanvraag te ondertekenen of indien de omstandigheden niet toelaten de handtekening van de wettelijk vertegenwoordiger van een persoon met een handicap te bekomen.

1.3 Vrijstelling van handtekening


Sommige personen hebben ‘vrijgesteld’ staan bij de rubriek ‘handtekening’ op hun identiteitskaart. De basis voor 'vrijgesteld van handtekening' op een identiteitskaart is terug te vinden in de omzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkings- en vreemdelingenregister BS 15.10.1992. In deel III, hoofdstuk I, punt 16 over de ondertekening staat: 'c) wanneer de houder door analfabetisme, lichamelijke of mentale handicap of ernstige en langdurige ziekte niet tot ondertekening in staat is, wordt op de plaats van de handtekening de vermelding 'vrijgesteld' aangebracht, gevolgd door de paraaf van de ambtenaar van de burgerlijke stand of van zijn gemachtigde. Deze vermelding moet met de hand geschreven worden; het gebruik van een stempel is verboden...'

Deze vrijstelling wordt in principe enkel verleend voor het ondertekenen van de identiteitskaart, en wordt niet uitgebreid naar andere documenten. Het ondertekenen van het aanvraagformulier moet volgens deze interpretatie dus nog steeds gebeuren door de persoon met de handicap of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De vermelding ‘vrijgesteld van handtekening’ heeft alleen betrekking op de ondertekening van identiteitskaart.

Onze reglementering voorziet daarentegen dat ingeval de toestand van de persoon met een handicap hem niet toelaat de aanvraag te ondertekenen dat dan de burgemeester moet ondertekenen.
In een beperkt aantal gevallen wordt er op de gemeente moeilijk gedaan als een persoon die vrijgesteld is van handtekening om de handtekening van de burgemeester vraagt. In dat geval wordt gevraagd een kopie van de identiteitskaart op te sturen en wordt de A001 ook niet ondertekend aanvaard.

1.4 De persoon met een handicap is overleden

In de praktijk kunnen zich 2 situaties voordoen :

- Het aanvraagformulier is ondertekend door de persoon met een handicap of zijn wettelijk vertegenwoordiger, maar nog niet ingediend bij het VAPH op het moment van het overlijden van betrokkene.
Het VAPH kan tussenkomen voor de periode vanaf de datum van toewijzing tot het overlijden.

- Het aanvraagformulier is ondertekend door de wettelijk vertegenwoordiger na het overlijden van de persoon met een handicap. In deze situatie kan het VAPH niet meer tussenkomen. Dergelijke aanvraag wordt onontvankelijk verklaard. In de communicatie met betrokken familie kan vermeld worden :

“Het spijt ons te moeten vernemen dat xx xx overleden is op xx.xx.xxxx.

Jammer genoeg kunnen wij de aanvraag van xx.xx.xxxx (ondertekend op xx.xx.xxxx) niet meer in behandeling nemen. Vermits de persoon op het ogenblik van de aanvraag al overleden was, kan de behoefte tot het aanvragen van bepaalde hulpmiddelen niet meer aanwezig zijn".


Juridisch kunnen wij u verwijzen naar een aantal artikelen die dit principe aantonen:
- de persoon met een handicap moet werkelijk (en wettig) in België verblijven. (artikel 7 van het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap)  :
- de aanvraag moet ingediend zijn door de persoon met een handicap of zijn wettelijk vertegenwoordiger (artikel 2 § 1 van het besluit van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap). Uw vertegenwoordigingsfunctie vervalt bij overlijden.
- Aankopen, leveringen of werken komen alleen in aanmerking voor tenlasteneming op voorwaarde dat ze ten vroegste plaatsvinden op de datum van de aanvraag. (artikel 23 § 1 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële ondersteuning voor de sociale integratie van personen met een handicap.). De materiële ondersteuning kan alleen maar toegekend worden voor de kosten die, door de behoefte die voortvloeit uit de handicap, noodzakelijk zijn voor de sociale integratie (art 4 lid 1 van hetzelfde besluit). Het samen lezen van beide artikelen impliceert dat er geen behoefte is (in functie van de handicap) om hulpmiddelen aan te vragen, na het overlijden.” 

Opgelet !  Bij overlijden van de persoon met een handicap vervalt ook de vertegenwoordigingsfunctie, met andere woorden een persoon die overleden is, kan niet meer vertegenwoordigd worden en bijgevolg geen aanvraag meer indienen bij het VAPH.

2. Ondertekening van het ondersteuningsplan PVB


juridische basis 

Artikels 1, 3 en 8 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget. 


Het ondersteuningsplan moet ondertekend zijn door de aanvrager. Naar gelang van het geval is dit de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger en, als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 (tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid), de persoon met een handicap en de bewindvoerder samen of de bewindvoerder. 

2.1 De persoon met een handicap is minderjarig (jonger dan 18 jaar) 

De aanvraag tot toewijzing van een persoonsvolgend budget kan worden ingediend vanaf het moment dat de persoon met een handicap de leeftijd van zeventien jaar heeft bereikt.  

In dit geval is de persoon dus nog minderjarig op het moment van het indienen van een vraag persoonsvolgend budget kan het ondersteuningsplan PVB ondertekend worden door : 

· één van de ouders (= wettelijk vertegenwoordiger); 

· de voogd, indien beide ouders overleden zijn, wettelijk onbekend zijn of in de voortdurende onmogelijkheid zijn om het ouderlijk gezag uit te oefenen. De aanstelling gebeurt met tussenkomst van de       vrederechter. Soms is de voogdij opgesplitst in een voogd over de goederen en een voogd over de persoon. (enkel laatste = wettelijk vertegenwoordiger); 

· de minderjarige zelf, indien deze +15 jaar is én ontvoogd (van rechtswege door zijn huwelijk of na beslissing van de jeugdrechter); 

· de provoogd (bij ontzetting uit de ouderlijke macht) (= wettelijk vertegenwoordiger); 

Belangrijk ! Een pleegouder is niet bevoegd om een aanvraag in te dienen waardoor het niet geldig is wanneer deze persoon een aanvraag ondertekent. 

2.2 De persoon met een handicap is meerderjarig (+18 jaar) 

Voor personen die meerderjarig zijn op het moment van het indienen van een vraag persoonsvolgend budget,  kan het ondersteuningsplan naar gelang van het geval ondertekend worden door : 

· de persoon zelf; 

. de wettelijke vertegenwoordiger;  

. beiden; 


2.3 De persoon met een handicap is overleden 

Aangezien het over een persoonsgebonden budget gaat zal de aanvraag sowieso onontvankelijk worden verklaard van zodra het agentschap op de hoogte is van het overlijden van betrokkene. 


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be
Comments