Het begrip wettelijke vertegenwoordiger

1.  

1.1 Het nieuw beschermingsstatuut

De nieuwe wet over de bescherming van wilsonbekwame meerderjarige is in werking getreden vanaf 1 september 2014 (Wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid). De bedoeling van deze wet is om daar waar nodig een bescherming op maat te bieden. Sinds 1 januari 2015 worden alle vonnissen voor bescherming voor meerderjarigen volgens deze nieuwe regeling opgemaakt. 

Het beschermingsstatuut gaat uit van het principe dat de persoon bekwaam is. In het vonnis wordt bepaald voor welke handelingen de persoon onbekwaam wordt verklaard. 

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen : 
  • onbekwaam voor wat betreft de persoon (opsomming van 19 verschillende handelingen volgens het burgerlijk wetboek) 
  • onbekwaam voor wat betreft de goederen (opsomming van 18 verschillende handelingen volgens het burgerlijk wetboek) 

De aangestelde bewindvoerder kan een vertegenwoordigingsbevoegdheid hebben, hij/zij voert de handelingen uit in plaats van de te beschermen persoon. 
De aangestelde bewindvoerder kan ook een bijstandsbevoegdheid hebben, dat betekent dat de te beschermen persoon de handelingen zelf kan uitvoeren, enkel mits toelating en onder toezicht van de bewindvoerder. 

Het nieuwe beschermingsstatuut heeft uiteraard gevolgen voor onze procedures in verband met de ondertekening van documenten : 

- Aanvragen worden ingediend door de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen. 

- Aanvragen worden ingediend door de de bewindvoerder én de persoon met een handicap in de andere gevallen. 

Voor meer informatie hierover zie infowijzer - procedurele module  schema nieuw beschermingsstatuut


1.2 Vroegere statuten 

Opgelet ! De vroegere regeling (de bestaande statuten – voorlopig bewindvoerder, verlengd minderjarigheid, onbekwaam verklaarden en gerechtelijke raadsman) blijft nog 5 jaar bestaan; dit betekent dat gedurende deze 5 jaar alle bestaande statuten moeten omgezet worden naar dit nieuw beschermingsstatuut.  In deze overgangsfase kan dus voor diegene die nog één van de vroegere statuten heeft, gewerkt worden zoals hieronder omschreven. 


Niet ontvoogde minderjarigen
Vanaf 1 maart 2014 worden alle aanvragen voor ondersteuning van minderjarigen ingediend bij de intersectorale toegangspoort. Niet ontvoogde minderjarigen kunnen rechtstreeks bij het VAPH een aanvraag indienen, indien het gaat om:

- een tweede of volgende vraag individuele materiële bijstand

- een vraag naar PVB (vanaf de leeftijd van 17 jaar)

Voor kinderen en jongeren die nog geen 18 jaar zijn en niet ontvoogd zijn, zijn het in de eerste plaats de ouders die kunnen optreden voor de minderjarige.

Beide ouders kunnen dus optreden, ook bij echtscheiding.  Wanneer één van beide ouders optreedt, gaat het VAPH ervan uit dat de andere ouder met dit optreden instemt, tenzij het VAPH weet heeft van onenigheid tussen beide ouders. Als er nog maar één levende ouder is, zal die ene ouder optreden. Een minderjarige ouder heeft ook alle bevoegdheden van het ouderlijk gezag en oefent ze zelf uit met inbegrip van proceshandelingen. De algemene handelingsonbekwaamheid verhindert niet de bevoegdheden van het ouderlijk gezag uit te oefenen. Eén van de bevoegdheden van het ouderlijk gezag is de vertegenwoordiging van het kind. De minderjarige ouder kan dus ook een aanvraag om ondersteuning voor zijn/haar kind indienen bij het VAPH en de nodige aanvraagformulieren ondertekenen. 

In het geval de ouders niet meer leven of niet in staat zijn om het ouderlijk gezag uit te oefenen, zal er een voogd worden aangesteld. De ouders of de langstlevende ouder kunnen iemand als voogd aanduiden voor het geval zij er niet meer zijn. In de meeste gevallen wordt de voogd evenwel aangeduid door de vrederechter. De voogd kan optreden voor de minderjarige met een handicap en bijgevolg een aanvraag indienen en de noodzakelijke aanvraagformulieren ondertekenen.

Wanneer één of twee ouders ontzet zijn uit het ouderschap dan kan de jeugdrechtbank een provoogd aanstellen. Wanneer één ouder is ontzet, dan kan de jeugdrechtbank de niet-ontzette ouder aanstellen. In het belang van het kind kan echter ook een derde aangesteld worden als provoogd. Wanneer beide ouders ontzet zijn uit het ouderlijk gezag, wordt sowieso een derde persoon aangesteld als provoogd.

De provoogd heeft dezelfde opdracht en bevoegdheden t.a.v. de persoon en m.b.t. het beheer van de goederen van de minderjarige ongeacht of hij de niet ontzette ouder, dan wel een derde is. Ten aanzien van de persoon met een handicap zijn zijn bevoegdheden deze van het ouderschap. De provoogd kan dan ook een aanvraag om ondersteuning indienen bij het VAPH en de noodzakelijke aanvraagformulieren ondertekenen.

Verlengd minderjarige

Het gaat hier om meerderjarige personen met een verstandelijke handicap die worden gelijkgesteld met een minderjarige persoon.  

Alhoewel ze meerderjarig zijn, zijn deze personen toch volledig handelingsonbekwaam en moeten ze bij het stellen van een rechtshandeling zoals het indienen van een aanvraag bij het VAPH, vertegenwoordigd worden. De personen die hen kunnen vertegenwoordigen zijn dezelfde als deze die niet- ontvoogde minderjarigen kunnen vertegenwoordigen. In de regel bijgevolg de ouders of een voogd.

Anders dan bij niet ontvoogde minderjarigen kon er een voogd worden aangesteld over de verlengd-minderjarigen in het geval de ouders of één van beide ouders nog leven.

Gerechtelijk onbekwaam verklaarde

Een meerderjarige die zich in een “aanhoudende staat van onnozelheid en krankzinnigheid” bevindt, werd onbekwaam verklaard. Hij wordt wat zijn persoon en goederen betreft gelijkgesteld met een minderjarige.

In het geval iemand onbekwaam werd verklaard, werd er een voogd en toeziende voogd aangesteld. De onbekwaam verklaarde kan dus geen rechtshandelingen stellen en moet hierbij vertegenwoordigd worden. Het is de voogd die in principe voor hem kan optreden en bijgevolg een aanvraag kan indienen en de noodzakelijke aanvraagformulieren kan ondertekenen.

De onbekwaamverklaring kwam in de praktijk weinig voor.

Het voorlopig bewind

In het geval een meerderjarige persoon omwille van zijn gezondheidstoestand (bv. een verstandelijke handicap) niet meer in staat is zijn goederen te beheren, kon de vrederechter een voorlopige bewindvoerder aanstellen.

De voorlopige bewindvoerder kan de persoon vertegenwoordigen voor het stellen van rechtshandelingen die te maken hebben met het beheer van zijn vermogen.

Het is mogelijk dat de vrederechter de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder beperkte qua aard van de rechtshandelingen die hij kan stellen. De voorlopige bewindvoerder heeft voor het stellen van bepaalde rechtshandelingen de machtiging nodig van de vrederechter.

De persoon over wie een voorlopige bewindvoerder is aangesteld, is in principe slechts onbekwaam om rechtshandelingen te stellen die betrekking hebben op het beheer van zijn geld en goederen. Hij blijft evenwel handelingsbekwaam wat betreft de uitoefening van zijn rechten t.a.v. van zijn persoon.

Wat betekent dit nu voor de ondertekening van een aanvraagformulier?

Als een aanvraag om ondersteuning wordt ingediend, dan vraagt men om erkend te worden als persoon met een handicap en om het verlenen van een financiële tegemoetkoming (bv. IMB of PVB). Een aanvraag om ondersteuning heeft bijgevolg zeker te maken met het uitoefenen van zijn persoonlijke rechten en ook met het beheer van gelden en goederen. 

In het geval een persoon onder voorlopig bewind werd geplaatst, is het aangewezen dat de persoon zelf zijn aanvraag indient. In het verleden werd evenwel aangenomen dat ook een voorlopig bewindvoerder een aanvraag kan indienen en de noodzakelijke aanvraagformulieren  kan ondertekenen als blijkt dat de betrokken persoon hiertoe niet in staat is. Er moet wel altijd een bewijs van de voorlopig bewindvoering geleverd worden, ook al gaat het in sommige gevallen om een advocaat.

Gerechtelijk in de plaats gestelde (pro memorie)

In het geval van een verstandelijke handicap kon de echtgenoot of echtgenote van de persoon met een handicap bij de rechtbank van eerste aanleg om een gerechtelijke volmacht tot vertegenwoordiging vragen. De vertegenwoordiging is strikt beperkt tot het vermogensrechterlijke vlak. In de praktijk kwam dit echter bijna nooit meer voor.

Hier gelden dezelfde opmerkingen als deze geformuleerd t.a.v. de voorlopige bewindvoerder.


2. De buitengerechtelijke beschermingsmaatregelen

Lastgeving

Lastgeving is een overeenkomst, waarbij de ene partij aan de andere partij vraagt om rechtshandelingen te stellen in haar naam en voor haar rekening en de andere partij stemt ermee in dit te doen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om het ondertekenen van overheidsdocumenten. Het gaat hier dan om een vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van een overeenkomst en niet op grond van de wet. Een lasthebber is dus geen wettelijke vertegenwoordiger. 

Hierbij moet goed bekeken worden wat het eigenlijke voorwerp van de lastgeving is. De lastgeving kan algemeen zijn en ook het ondertekenen van documenten omvatten. De lastgeving kan ook bijzonder zijn. Het bestaan van de lastgeving moet in elk geval aangetoond worden. 

Het kan hierbij gaan om een gewone geschreven overeenkomst maar het kan ook gaan om een notariële akte, de zogenaamde ‘notariële lastgeving’. Deze wordt vooral gebruikt door meerderjarige personen die fysiek niet in staat zijn hun handtekening te zetten. 



Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be
Comments