Gegevens vanuit de kruispuntbank

Om een toetsing van de voorwaarden (met uitzondering van handicap natuurlijk) door te voeren, is de kruispuntbank een zeer belangrijk medium aangezien daar gegevens zichtbaar zijn van het rijksregister/vreemdelingenregister. Niettegenstaande dat vele gegevens via deze weg bekomen kunnen worden, is het toch vaak zo dat bijkomende gegevens moeten opgevraagd worden omdat enerzijds de machtigingen inzake inzagerechten niet ver genoeg gaan of anderzijds omdat bepaalde documenten niet voorhanden zijn via de kruispuntbank (bv. kopie van geboorteakte).

Het is daarom dat binnen Provinciale Kantoren vaak beroep wordt gedaan op lokale besturen om informatie aan te leveren. Hierop werd evenwel vanuit de lokale besturen soms niet ingegaan omdat in de vraagstelling per brief geen juridische grondslag aanwezig was waarom het VAPH deze informatie wou bekomen.

Hieraan werd sinds 1 juli 2013 tegemoet gekomen. Feniks biedt de mogelijkheid om een standaardparagraaf toe te voegen alsook optionele paragrafen aan te maken waarin de juridische grondslag wordt vermeld voor het opvragen van de gegevens.


1. Algemene wettelijke basis voor het opvragen van informatie bij lokale besturen

Steeds te vermelden wanneer gegevens worden opgevraagd : 

  •  Artikel 11, tweede lid van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap:  

            “Het agentschap registreert en verwerkt alle nodige gegevens voor de uitvoering van de taken, genoemd in artikelen 5, 6 en 7 (van het decreet)."

 

  • Artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

            De administratie van het provinciaal kantoor van het agentschap behandelt het aanvraagdossier. Ze onderzoekt of de ingediende aanvraag ontvankelijk is en vult het dossier, samengesteld volgens artikel 24, eventueel aan door extra inlichtingen in te winnen bij de aanvrager, bij de instantie, die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren, bij de openbare instellingen en besturen, die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest of bij sociaalrechtelijke organen.

2. Enkele specifieke situaties

Naargelang de situatie is het belangrijk bijkomende wettelijke basis te vermelden bij het opvragen van bijkomende gegevens aan de gemeente.

2.1 Het is niet duidelijk of de aanvrager de ouder is van de persoon met een handicap

Artikel 13 van het decreet van 7 mei 2004: het is de persoon zelf of zijn wettelijke vertegenwoordiger die een aanvraag kan indienen bij het VAPH. De consultatie van het Rijksregister laat niet toe te achterhalen of de aanvrager de wettelijke vertegenwoordiger/ouder is van de persoon voor wie ondersteuning wordt gevraagd. Cf. punt 3 maar in dit geval moet dan wel expliciet naar de geboorteakte (van de persoon met handicap) worden gevraagd.

2.2 Uitmaken of het gaat om een onderbroken of niet onderbroken voorafgaand verblijf

Artikel 21 van het decreet van 7 mei:

“Een persoon met een handicap die aanspraak maakt op de toepassing van dit decreet, moet werkelijk in België verblijven. Hij moet bovendien het bewijs voorleggen van een ononderbroken verblijf van vijf jaar dan wel een niet aaneengesloten verblijf van tien jaar in België. Voor niet-ontvoogde minderjarigen, verlengd minderjarigen en onbekwaamverklaarden moet de voorwaarde van voorafgaand verblijf vervuld zijn in de persoon van hun wettelijke vertegenwoordiger.”

2.3 KSZ geeft niet aan of het om een politiek vluchteling gaat / vragen naar basis voor regularisatie

Artikel 21 van het decreet van 7 mei 2004 en artikel 1bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vrijstelling voor bepaalde categorieën gehandicapte personen van de vervulling van verblijfsduurvoorwaarden om de bijstand te genieten van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

De personen die zich in één van de situaties bevinden vermeld in artikel 1bis, moeten niet voldoen aan de voorwaarden van voorafgaand verblijf. Het VAPH heeft geen inzage in de gegevens die verband houden met de verblijfstoestand voor vreemdelingen.

2.4 Datum van definitieve ambtshalve schrapping

Artikel 21 van het decreet van 7 mei 2004: de persoon die aanspraak maakt op ondersteuning van het VAPH moet werkelijk, dit is werkelijk en wettig, in België verblijven. Vanaf de datum van de ambtshalve definitieve schrapping is niet meer aan deze voorwaarde voldaan.

2.5 bisnummers

Naargelang de situatie wat men wil weten bovenvermelde motivaties hanteren.


Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be
Comments