Uitzonderingen op de verblijfsvoorwaarden

1.Vrijstelling van een voorafgaandelijk verblijf

Bepaalde personen dienen in bepaalde situaties niet aan de voorwaarde van voorafgaand verblijf te voldoen.

 1.1. Juridische basis 

Artikel 1 bis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vrijstelling voor bepaalde categorieën gehandicapte personen van de vervulling van verblijfsduurvoorwaarden om de bijstand te genieten van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

1.2. Wie?

Meerderjarige personen met een handicap die werkelijk in België verblijven. 
Niet-ontvoogde minderjarige personen, verlengd minderjarigen en onbekwaam verklaarde personen met een handicap die werkelijk in België verblijven, en waarvan de wettelijke vertegenwoordiger ook werkelijk in België verblijft.  

 1.3. In welke situaties?

  • Belg zijn (artikel 1bis, 1° BVR van 15 december 2000);
  • Burger zijn van de Europese Unie [1] en sociale zekerheid genieten (artikel 1bis, 2° BVR 15 december 2000);
  • Staatsloze zijn (of persoon met onbepaalde nationaliteit) (artikel 1bis, 3° BVR van 15 december 2000);
  • Erkend politiek vluchteling zijn (verworven op basis van de klassieke procedure) (artikel 1bis, 4° BVR van 15 december 2000);
  • Recht hebben (hadden) op bijkomende kinderbijslag voor het kind met een handicap (artikel 1bis, 5° BVR van 15 december 2000);
  • Vrijgesteld zijn op grond van een bepaling van internationaal recht (artikel 1bis, 6° BVR van 15 december 2000);

1.4. Enkele voorbeelden

  Regularisatie om medische redenen

Bij de aanvraag moet de Provinciaal afdeling van het VAPH hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht worden.

  Gezinshereniging 

Familieleden van EU-burgers die een verblijfsrecht krijgen in een EU-lidstaat op basis van gezinshereniging (dit kunnen dus ook niet-EU-burgers zijn!), worden vrijgesteld van de voorwaarde van voorafgaand verblijf. De voorwaarde van wettelijk en werkelijk verblijf blijft uiteraard behouden.
Opgelet! Het gaat dus niet om ascendent EU-onderdaan = gelijkstelling EU onderdaan. Enkel indien het gaat om een gezinshereniging (wat onder ‘een bepaling van het internationaal recht’ valt) of bij één van de andere uitzonderingsvoorwaarden kan men vrijgesteld worden van de voorwaarden van voorafgaand verblijf.

Volgende familieleden van een Belg of EU-burger kunnen via gezinshereniging naar België komen:
    • echtgenoot of gelijkgestelde partner (een "gelijkgestelde partner" is een vreemdeling waarmee een geregistreerd partnerschap werd gesloten dat door de Belgische overheid wordt beschouwd als gelijkwaardig met een Belgisch huwelijk)
    • de wettelijk geregistreerde partner (deze partner moet wel aantonen dat hij een duurzame relatie heeft met de Belg of EU-burger)
    • descendenten (= kinderen, kleinkinderen...) of descendenten van de partner
    • ascendenten (= ouders, grootouders...), ascendenten moeten wel bewijzen dat ze ten laste zijn van de Belg of EU-burger. Voor ascendenten van Belgen gelden bovendien bijkomende voorwaarden.
In geval van gezinshereniging krijgt het familielid die niet-EU burger is en die zich bij een Belg of andere EU-burger komt voegen een F-kaart die vijf jaar geldig is. Hij wordt ingeschreven in het vreemdelingenregister en voldoet daarmee aan de voorwaarde van werkelijk en wettelijk verblijf. Na drie jaar ononderbroken verblijf kan hij aanspraak maken op een duurzaam verblijf. Bij goedkeuring van deze aanvraag krijgt hij een F+kaart en wordt hij ingeschreven in het bevolkingsregister. Deze voldoet bijgevolg ook aan de voorwaarde van wettelijk en werkelijk verblijf.
In beide gevallen kan men zich beroepen op de gelijke behandeling voorzien in de Europese richtlijn en vrijgesteld worden van de voorwaarde van voorafgaand verblijf.

  Het statuut “Subsidiaire bescherming”

De subsidiaire beschermingsstatus wordt gegeven aan personen die niet erkend worden als politiek vluchteling, maar van wie de overheid oordeelt dat ze toch een 'reëel risico lopen op ernstige schade' indien de persoon zou terugkeren naar het land waar hij vroeger gewoonlijk verbleef.

De subsidiaire bescherming is onderverdeeld in drie subgronden die elk een aparte categorie uitmaken met telkens een eigen interpretatie. Er is sprake van ernstige schade indien de persoon:
  • door een rechtbank veroordeeld is tot de doodstraf of executie. Indien het risico op de doodstraf een gevolg is van het plegen van een ernstig misdrijf zal de asielzoeker in bepaalde gevallen geen beroep kunnen doen op de subsidiaire bescherming. 
  • foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in zijn land van herkomst dreigt te ondergaan. Een onmenselijke of vernederende behandeling is een behandeling die in strijd is met  artikel drie van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). 
  • ernstige bedreiging van zijn leven of persoon riskeert als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Enkel burgers (niet: strijders) uit landen waar er een georganiseerd, aanhoudend intensief gewapend conflict daadwerkelijk aan de gang is, zullen op deze beschermingsgrond een beroep kunnen doen. 

Iemand die dit subsidiair beschermingsstatuut geniet, krijgt een inschrijving in het vreemdelingenregister. Dit wordt jaarlijks verlengd. Wanneer de problemen in het thuisland na vijf jaar nog steeds aanhouden, krijgt men een definitief verblijf in ons land. Personen die een subsidiair beschermingsstatuut genieten (na de procedure doorlopen te hebben) zijn dus officieel in ons land want ze zijn ingeschreven in het vreemdelingenregister. Zij hoeven ook niet te voldoen aan de voorwaarde van voorafgaand verblijf (zie verblijfsvoorwaarden).

Indien aan een persoon de subsidiaire beschermingsstatus werd toegekend moet het Provinciaal kantoor op de hoogte gebracht worden en moet het bewijs hiervan aangeleverd worden. Voor de meest recente lijst van regio’s met conflicten die volgens het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming op basis van deze grond kan je terecht op de website van het CGVS .

➥ Meer info zie :


2.Bijzondere procedure voor behartigenswaardige minderjarigen (opgeheven) 

Aanvragen voor minderjarigen (-18 jaar)  worden ingediend bij de Intersectorale Toegangspoort. Het ‘mozaïekdecreet’ - het  Decreet van 15 juli 2016 ‘houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin’ wijzigde enkele decretale bepalingen bij verschillende instanties uit het domein WVG. Voor wat betreft het domein personen met een handicap houdt artikel 99 de belangrijkste wijzigingen in.  Deze bepaling heft nu ook reglementair de voorwaarden inzake voorafgaand verblijf (vijf jaar ononderbroken verblijf of tien jaar onderbroken verblijf) op voor minderjarige personen met een handicap, én meerderjarigen die voortgezette jeugdhulp krijgen. Die laatste groep is de groep minderjarigen die ook na hun 18 (en maximaal tot 26) jeugdhulpverlening verderzetten. De aanpassingen in dit decreet betekenen eveneens dat er geen onderzoeken meer zullen gebeuren in het kader van behartenswaardige minderjarigen. Met het opheffen van de verblijfsvoorwaarden komt nu immers elke minderjarige in aanmerking voor het indienen van een aanvraag voor zorg en ondersteuning. Waar de minderjarige wel nog aan moet voldoen is dat hij of zij de woonplaats in Vlaanderen of Brussels Hoofdstedelijk gewest moet hebben. Het agentschap bepaalt verder de invulling van het begrip ‘woonplaats’.

Heb je vragen of opmerkingen over dit onderwerp ? 
Mail naar toeleiding@vaph.be

[1] Huidige landen van de Europses Unie (28): België, Bulgarije, Cypus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.

Comments