Residuariteit en wettelijke subrogatie


De omschrijving van handicap in het decreet van 7 mei 2004 laat toe om de doelgroep af te bakenen ten aanzien van categorieën die op andere vormen van welzijns- of gezondheidszorg zijn aangewezen. Bovendien beoogt artikel 14 in hetzelfde decreet dat het VAPH niet de kosten moet dragen die normaal ten laste vallen van andere wetgevingen. In ieder afzonderlijk dossier moet men zich over de nood aan speciale zorg uitspreken. Iedere persoon vertoont bepaalde beperkingen die echter niet steeds het beroep op de specifieke voorzieningen of diensten van het VAPH verantwoorden. De beperkingen van de kansen tot sociale integratie moeten de gewone beperkingen waar elke persoon mee geconfronteerd wordt, en die geen bijzondere hulpverlening vereisen, overschrijden. Het VAPH houdt er ook rekening mee dat vanuit andere wetgevingen eveneens voorzieningen of hulpmiddelen voor personen met een handicap worden gesubsidieerd. Zoals bv. de diensten voor geestelijke gezondheidszorg, de revalidatiecentra, het buitengewoon onderwijs, het ziekenfonds. Dubbel gebruik en overlappingen moeten worden vermeden. Desgevallend kan het VAPH wel een aanvullende rol spelen.

Na een ongeval, arbeidsongeval, beroepsziekte,… kan iemand nood hebben aan hulpmiddelen, gespecialiseerde begeleiding of kan zelfs een opname nodig zijn. Wanneer de handicap het gevolg is van een ongeval bestaat de mogelijkheid dat de betrokkene recht heeft op een uitkering van de verzekering voor de hulpmiddelen/begeleiding/opvang. Vaak gaat het om de verzekeringsmaatschappij van de derde verantwoordelijke van een ongeval of de arbeidsongevallenverzekeraar van de werkgever van de persoon. Maar ook het Fonds voor Arbeidsongevallen of het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds zijn mogelijke derde vergoedingsdebiteurs.

De persoon met een handicap moet in eerste instantie aan de verzekeringsmaatschappij vragen om alle, ook toekomstige, kosten die het gevolg zijn van het ongeval en de daaruit voortvloeiende handicap op zich te nemen. Het VAPH kan bij wijze van voorschot tegemoetkomingen verlenen aan de persoon met een handicap, dit in afwachting van een definitieve vergoeding van de derde vergoedingsdebiteur. Het VAPH kan pas over de brug komen met voorschotten als de persoon met een handicap zijn aanspraken doet gelden tegenover de derde vergoedingsdebiteur.

Wanneer er een definitieve regeling (hetzij een overeenkomst, hetzij een rechterlijke uitspraak) bestaat tussen de derde vergoedingsdebiteur en de persoon met een handicap inzake de vergoeding van de schade, dan mag het VAPH geen tussenkomsten meer verlenen aan de persoon met een handicap, tenzij voor schade die niet is begrepen in de definitieve regeling. In het geval de vergoeding die voorzien is in de definitieve regeling lager is dan deze die het VAPH kan toekennen, dan betaalt het VAPH het verschil.

Indien bepaalde ondersteuning echter niet is vergoed krachtens de definitieve regeling omdat de persoon met een handicap heeft nagelaten hiervoor vergoeding te vragen aan de derde vergoedingsdebiteur, dan kan het VAPH ook weigeren om nadien nog tegemoetkomingen te verlenen met betrekking tot deze ondersteuning. De persoon met een handicap heeft in dat geval immers zijn aanspraak niet laten gelden ten opzichte van de derde vergoedingsdebiteur.

Belangrijk! Om een zo volledig mogelijke schadevergoeding te bekomen, rekening houdende met alle zorgvragen die de persoon met een handicap tot het VAPH richtte en in de toekomst nog zal richten, is het belangrijk dat het VAPH bij de schaderegeling (zowel minnelijk als gerechtelijk) wordt betrokken. Het VAPH is immers het best geplaatst om informatie te verstrekken inzake haar tussenkomsten en de kostprijs hiervan.

Heeft de persoon met een handicap recht op een tussenkomst van het VAPH, dan zal hij of zij die tussenkomst onmiddellijk verkrijgen. Ook als een verzekering later nog een tegemoetkoming zal storten.

Met andere woorden: wie een handicap heeft opgelopen door een ongeval, krijgt een tussenkomst van het VAPH in afwachting van de verzekeringsvergoeding waar hij of zij eventueel recht op heeft.

Aangezien het VAPH met haar tussenkomst eigenlijk in de plaats van de verzekering betaalt, mag het door de wettelijke subrogatieregeling automatisch in plaats van de persoon met een handicap optreden om dat verzekeringsbedrag terug te krijgen van de verzekering. En dit voor alle vormen van ondersteuning waarvoor het VAPH tussenkomst kan geven. 

Deze regeling heeft niets dan voordelen, zowel voor de persoon als voor het VAPH zelf. Het VAPH zal het geld kunnen terugkrijgen dat het uitgeeft voor handicaps waarvoor een derde aansprakelijk is. Daardoor komen middelen vrij waarmee meer personen beter kunnen worden geïntegreerd in de maatschappij. En de persoon zelf ondervindt geen hinder van het systeem: als de verzekeringsmaatschappij uiteindelijk minder geld geeft dan het VAPH al heeft toegekend, vordert het VAPH die som niet terug van de persoon. De toegekende tussenkomsten blijven wat ze zijn, de persoon met een handicap blijft recht hebben op ondersteuning van het VAPH.

Het is belangrijk om een persoon met een handicap, wiens handicap het gevolg is van een ongeval, te begeleiden en erover te waken dat het VAPH betrokken wordt bij het tot stand komen van een definitieve regeling

Wil je meer informatie over wettelijke subrogatie?
Zie de brochure over een handicap door ongeval Handicap door ongeval

Het algemeen e-mailadres waar men met specifieke vragen terecht kan is wettelijksubrogatie@vaph.be.
Comments